Wie krijgt een sociale huurwoning?

Huren

Hoe langer op de wachtlijst, hoe groter de kans op een sociale huurwoning? In steeds meer Nederlandse gemeenten worden woningen vaker toegewezen op basis van voorrang voor kwetsbare groepen, buiten de wachtlijst om. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. ‘Het is terecht dat bepaalde mensen voorrang krijgen, maar ik ben nu kansloos.’

Margarita Lambregts (53) logeerde al bijna twee jaar bij een vriendin. Al die tijd was zij druk op zoek naar een eigen woning in Rotterdam en omgeving. Tevergeefs. De wachttijd voor een sociale huurwoning kan in de regio Rijnmond oplopen tot meer dan tien jaar. Zij besloot toen maar te solliciteren naar een baan bij een zorginstelling in Zeeland. Heel jammer om de stad te verlaten, maar in die provincie zou ze wel makkelijk een huurwoning kunnen vinden.

Op de valreep hoorde zij van een experiment van vier corporaties in Rotterdam. Door het woningtekort heeft de stad een tekort aan zorgmedewerkers, leraren en politieagenten. Een aantal van hen krijgt daarom voorrang op een sociale huurwoning.

Zo viel Lambregts alsnog in de prijzen, met een nieuwbouwappartement aan de zuidkant van de Maas. Dit beleid is een succes, vindt zij. ‘Als ik deze woning niet had gekregen, dan was ik nu weg geweest uit Rotterdam.’

Corporaties hanteren steeds meer voorrangsregels en urgentiecategorieën bij de toewijzing van sociale huurwoningen. De wachtlijst wordt steeds minder belangrijk, vooral in gemeenten waar het woningtekort het grootst is. Dat blijkt uit een enquête van de Volkskrant onder alle Nederlandse gemeenten. De vragenlijst is ingevuld door 199 van de 342 gemeenten, verspreid over het hele land. Tweederde van deze gemeenten heeft duidelijke regels over voorrang vastgesteld, vooral gemeenten in de Randstad en Midden-Nederland hebben voorrangsregels. De antwoorden kwamen van zowel grote, middelgrote als kleinere gemeenten en geven een goed beeld van de ontwikkelingen.

Nederland telt ruim twee miljoen huurwoningen van corporaties. Slechts een klein deel van deze woningen komt (na verhuizing of overlijden van de huurder) beschikbaar voor verhuur. De laatste jaren waren dat er jaarlijks zo’n 170 duizend. Aan wie of op basis van welke voorrangscategorieën die vrije woningen worden gegund, is niet precies bekend. De belangenorganisatie Aedes noch de individuele gemeenten en corporaties hebben panklare cijfers op de plank liggen. Op basis van de enquête zijn er wel enkele trends te ontdekken.

De vraag wie welke sociale woning krijgt, vloeit voort uit het grote woningtekort. Gemeenten worden geconfronteerd met een leger aan woningzoekenden en een beperkt aantal woningen. Dus zoeken zij naar nieuwe manieren om het schaarse aanbod te verdelen. Tijdens de verkiezingscampagne beloofden alle partijen vol in te zetten op woningbouw, waarvan een groot deel in de betaalbare koop en huur. Precies op dat gebied ligt er dus voor het nieuwe kabinet een grote, maar taaie opgave. Verkiezingswinnaar PVV wil de sociale huur verlagen en de voorrangsregeling voor statushouders afschaffen.

Uit de Volkskrant-enquête blijkt dat de helft van de gemeenten ziet dat een groter deel van de huurwoningen naar voorrangsgroepen gaat. Gemeenten die zeggen dat er juist minder woningen nodig zijn voor voorrangsgroepen zijn er nauwelijks. De overige gemeenten merken geen verandering of hebben die cijfers niet paraat.

Meer huurwoningen toegekend met voorrang

Van oudsher hanteren veel gemeenten al een urgentieregeling voor inwoners met een medische of sociale indicatie. Een oudere die een gelijkvloerse woning nodig heeft, iemand met een medisch-psychologische indicatie, of een mishandelde gescheiden moeder met kinderen, kan zich dan met voorrang melden voor een huurwoning.

Boven op deze groepen komen de laatste jaren nieuwe voorrangscategorieën. Mantelzorg kan al in de helft van de gemeenten een reden zijn voor de toewijzing van een woning dichter bij een zieke ouder. Diverse grote gemeenten hebben ook regelingen om specifieke beroepsgroepen voorrang te geven, zoals die van de Rotterdamse zorgmedewerker Lambregts.

In Zwanenburg hoopt Seniha (31) dat zij nog twee jaar verlenging krijgt op de jongerenwoning die zij al bijna vijf jaar huurt van corporatie Ymere. Nog liever wil zij de benedenverdieping in een klein rijtjeshuis zo snel mogelijk inruilen voor een grotere woning. Zij woont er met haar partner Zafer (28, met wie zij samen een klussenbedrijf runt) en hun zoon Serhan (11 maanden). Een tweede kind is onderweg.

Hun grootste angst: gezondheidsproblemen door het hardnekkige vocht- en schimmelprobleem in hun woning. Het is onduidelijk wanneer Ymere toekomt aan renovatie van de woning of wanneer de corporatie het jonge gezin een betere, maar even schaarse woning kan aanbieden. Seniha: ‘Ik weet dat er ook mensen zijn die dakloos zijn, maar we zijn echt bang dat wij hier ziek worden.’

De corporaties bepalen niet zelf wie voorrang krijgt. Het is een politieke keuze van de gemeenteraad. De lokale politici zien dat het aantal woningzoekenden enorm is toegenomen, maar het aantal corporatiewoningen niet of nauwelijks. Om voorrang te geven aan woningzoekenden met de hoogste nood wordt daarom de wachtlijst terzijde geschoven.

Medische urgentie wordt door de gemeenten het vaakst genoemd om de wachtlijst opzij te zetten, gevolgd door sociale urgentie. Van de 132 gemeenten met voorrangsregels uit de enquête hebben er 113 een regeling voor maatschappelijke of sociale redenen. Veel gemeenten die geen officiële urgentieregeling hebben, laten weten dat er voor uitzonderlijke gevallen soms nog wel ‘iets geregeld’ kan worden.

Voorrang om medische of sociale redenen

Ruim een kwart van de gemeenten die deelnamen aan de Volkskrant-enquête koos ervoor om lokale inwoners extra rechten te geven. Jongeren en ouderen met een ongeschikte woning, maar wel met een achtergrond in dorp of stad, komen dan sneller in aanmerking voor andere huisvesting.

Voor de andere huurders resteert doorgaans alleen de wachtlijst. Soms kiezen corporaties nog wel voor het verloten van een beperkt aantal woningen, om nieuwkomers een kleine kans te geven. Ellen van der Wiel (63, kunstenaar) kreeg op deze manier met haar echtgenoot en zoon zeven jaar geleden een woning in Brummen. Na het verlies van haar man en het uitvliegen van haar zoon, wil zij nu naar een woning in de binnenstad van Zutphen. Via woningruil, een andere manier van woningverdeling waarmee corporaties rekening moeten houden.

De Turkse elektrotechnisch ingenieur Ali (43), zijn echtgenote en twee kinderen krijgen binnenkort een sociale huurwoning in een kleine plaats in de provincie Utrecht, op basis van een andere voorrangsregel. Gemeenten hebben van rijkswege de verplichting om een aantal statushouders te huisvesten, vluchtelingen die in Nederland mogen blijven. Hoeveel dat er zijn, is onder meer afhankelijk van het aantal inwoners in de gemeente.

In Turkije zat Ali in de gevangenis op basis van een onterechte verdenking van betrokkenheid bij de mislukte coup van 2016. Na aanhoudende dreigementen voor hem en zijn familie besloot hij te vluchten. Dat zijn gezin wordt geholpen met een eengezinswoning, ontroert hem diep. ‘Dank je wel, Nederland!’, zegt hij in de woning van twee Utrechters die hem tijdelijk onderdak bieden via de organisatie Takecarebnb. ‘Nu kunnen wij ons leven hier opbouwen.’

In 2022 is ruwweg 10 procent van de vrijkomende corporatiewoningen toegewezen aan deze nieuwe Nederlanders, blijkt uit de Volkskrant-enquête. Eerdere schattingen lopen uiteen van 7 tot 12 procent. Dat zou neerkomen op zo’n 17 duizend van de ongeveer 171 duizend corporatiewoningen die jaarlijks een nieuwe huurder krijgen. Zo’n 150 duizend woningen gaan dus naar andere kandidaten.

Tussen gemeenten bestaan nog wel duidelijke verschillen. Een gemeente als Leiden wees 18 procent van de vrijkomende huurwoningen toe aan een statushouder, waar dat in Dordrecht 6 procent was. Vooral in enkele kleinere gemeenten zijn er uitschieters en gaan er in verhouding meer woningen naar statushouders.

Vooral in plaatsen waar weinig woningen vrijkomen, schiet het aandeel statushouders omhoog. In de gemeenten Tubbergen (Overijssel) en Brummen (Gelderland) bijvoorbeeld ging ongeveer een op de drie vrijkomende woningen in 2022 naar huisvesting van statushouders. Dat was ook zo in Aa en Hunze, waarbij de afspraak is gemaakt dat de toewijzing in 2024 beperkt wordt tot een op de vijf vrijkomende woningen.

In kleinere gemeenten groter deel naar statushouders

Na alle voorrangsgroepen blijven er minder woningen over voor kandidaten op de wachtlijst. In kleinere gemeenten buiten de Randstad gaan nog wel zo’n acht op de tien woningen naar een ‘gewone’ sociale huurder, via bijvoorbeeld hun plek op de wachtlijst.

Urgentieregels vooral in Randstad en Midden-Nederland

Er zijn ook al tientallen gemeenten waar slechts de helft van de woningen op wachttijd wordt verhuurd. In de regio Haaglanden blijft er na verdeling van voorrangsgroepen nog zo’n 55 procent over. In Utrecht (22 procent) en de regio Gooise Meren (10 procent) ligt dat nog een stuk lager. In Amsterdam slokken de voorrangsregels zelfs het leeuwendeel van de woningen op. In 2022 gingen daar volgens de corporatievereniging AFWC slechts 22 van de ruim 9.500 vrijgekomen corporatiehuizen naar iemand die niet op een voorrangslijst stond.

Voor de gewone huurder, die wel voldoet aan de inkomenseis voor een sociale huurwoning maar verder geen speciale problemen heeft, blijven zo minder woningen over. Dat ziet de helft van de gemeenten. De Amsterdamse Zoë Spee (27, werkzaam in onlinemarketing) viste zo achter het net voor een jongerenwoning in Amsterdam. ‘Vorige zomer stond ik in de toptien voor een jongerenwoning. Maar sinds de introductie van het nieuwe verdeelsysteem sta ik met een beetje mazzel op plek 100. Het is terecht dat bepaalde mensen voorrang krijgen, maar ik ben nu kansloos.’

Ook in Rotterdam is het aantal urgenten zó hoog, dat je kansen als reguliere woningzoekende ‘bijzonder klein zijn’, vertelt Kevin van Eikeren, woordvoerder van corporatie Woonstad Rotterdam. Mathijs ten Broeke, woordvoerder van de Woonbond: ‘We horen vaak van kandidaat-huurders: omdat ik zo normaal ben, loop ik de woning mis.’ Coen Springelkamp, woordvoerder van de corporatie Ymere: ‘We zijn blij dat woningen worden toegewezen aan de mensen die de woning het hardst nodig hebben. Maar we hebben ook weleens gezegd: we hebben te veel urgenten. Moeten we toe naar een urgentieregeling binnen de urgentie?’

De verdeling van vrijkomende woningen is ‘uiterst complex’ geworden, zegt directeur Maarten Pel van Woningnet. Zijn organisatie koppelt voor enkele tientallen corporaties huurders aan huurhuizen. ‘Vergelijk het met een grote knikkerbak. Er zijn heel veel knikkers, maar het aantal open vakjes is beperkt.’

Met de groei van het woningtekort in de laatste vijftien jaar noemt Pel het logisch dat gemeenten kiezen voor het ‘reguleren van de instroom. Een voorrangsgroep erbij zie je heel vaak gebeuren, een voorrangsgroep eraf maar zelden. De keuze is aan de politiek, maar met elke categorie die erbij komt, komt een andere categorie in de knel. Dat is een onvermijdelijk gevolg van het verdelen van schaarste. Je kunt een woning maar een keer toewijzen.’

De volgende stap in de toewijzing van corporatiewoningen komt van het Rijk. Het wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting geeft de minister de mogelijkheid zelf extra voorrangscategorieën aan te wijzen, bovenop de statushouders. Dat moet ertoe leiden dat ‘niet-zelfredzame groepen’, waaronder ook slachtoffers van mensenhandel en stoppende sekswerkers, evenwichtig worden verdeeld over de woonregio’s.

Mede als gevolg van de voorrangsregelingen stapelen de problemen in veel corporatiebezit zich namelijk op, vooral in gemeenten met veel voorrangs- of urgentiehuurders. Een corporatiebestuurder uit Midden-Nederland waarschuwde in een onderzoek van de organisatie Platform31 dat sprake was van ‘een ruimtelijke uitsortering van armoede en ongezondheid. We zien dat mensen die kansen hebben vertrekken en mensen die problemen hebben instromen.’

Bron

Deel dit bericht