Verhuurders hebben in aanloop naar de invoering van de nieuwe huurwet, per 1 juli, nog meer woningen van de hand gedaan. In het tweede kwartaal verkochten ze er ruim 10 duizend. Het aantal huurwoningen in handen van particuliere bezitters neemt gestaag af.

De verkoop door verhuurders is al langere tijd aan de gang, maar vertoont de laatste maanden een versnelling, blijkt uit gegevens van het Kadaster. Bij de behandeling van de nieuwe huurwet door toenmalig minister Hugo de Jonge van Wonen was al rekening gehouden met de verkoop van woningen door particuliere verhuurders.
De nieuwe wet maakt het voor sommige verhuurders minder aantrekkelijk extra huizen te bezitten. De huur die zij voor middeldure woningen mogen vragen, wordt voortaan beperkt door het aantal huurpunten. In reactie daarop zijn de afgelopen maanden vooral goedkopere woningen verkocht, die de verhuurders tot dan toe voor relatief hoge tarieven hadden verhuurd. Vooral starters op de huizenmarkt kochten deze woningen.
In de periode 2016-2020 kochten beleggers op grote schaal woningen op om te verhuren, maar vanaf 2021 sloeg het sentiment onder met name particuliere beleggers om. Sindsdien verkopen verhuurders per saldo meer woningen dan ze aankopen. Door de invoering van een hogere overdrachtsbelasting voor verhuurders is het minder aantrekkelijk om een huurwoning aan te kopen. Het aantal beschikbare huurwoningen is sindsdien gedaald en geldt als een van de oorzaken voor het tekort aan betaalbare huurwoningen.
De laatste maanden is er echter ook een lichte toename te zien van het aantal huurwoningen dat door professionele bedrijven wordt overgenomen, zo blijkt uit de Kadastercijfers. Investeerders kochten ruim vijfduizend woningen voor verhuur. Deze professionele verhuurders hebben door de bouw van woningen per saldo ook meer huurwoningen in bezit gekregen.
Particuliere investeerders bouwen meestal zelf geen woningen en hebben door de verkoop per saldo steeds minder huurwoningen in bezit.
Bron
-
Dit bericht verscheen ook op: www.volkskrant.nl

