Wetenschappers hebben voor het eerst aangetoond dat een voorstadium van boezemfibrilleren al meetbaar is bij mensen zonder klachten. Uit internationaal onderzoek onder 26.000 volwassenen blijkt dat deze verborgen hartafwijking het risico op de hartritmestoornis tot ruim vier keer verhogen en ook samenhangt met een grotere kans op beroerte en hartfalen. Volgens de Hartstichting biedt dit belangrijke kansen om ernstige hart- en vaatziekten te voorkomen.

Boezemfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis en geeft 5 keer meer risico op een beroerte. Ruim 400 duizend Nederlanders lijden aan deze aandoening en geschat wordt dat nog eens 80 duizend mensen boezemfibrilleren hebben zonder dat zij dit weten.
Ernstige hartaandoeningen voorkomen
De wetenschappers, onder leiding van prof. dr. Michiel Rienstra (UMC Groningen) en prof. dr. Ulrich Schotten (Universiteit Maastricht), hebben nu voor het eerst aangetoond dat een voorstadium van boezemfibrilleren meetbaar is met een MRI-hartscan en een hartfilmpje (ECG). Dat het voorstadium van deze aandoening nu meetbaar is blijkt uit een grootschalig internationaal onderzoek onder 26 duizend volwassenen in het Verenigd Koninkrijk die geen eerdere hartritmestoornis, hartfalen of beroerte hadden. Het onderzoek is gefinancierd door donateurs van de Hartstichting en gepubliceerd in het European Heart Journal.
“Boezemfibrilleren ontstaat zelden van de ene op de andere dag,” zegt Rebecca Abma-Schouten, hoofd Onderzoek van de Hartstichting. “Dit onderzoek laat zien dat we het proces al in een vroeg stadium kunnen herkennen. Dat geeft ons een enorme kans om in te grijpen vóórdat mensen ernstig boezemfibrilleren, hartfalen of een beroerte krijgen.”
Sterk verhoogd risico
Met hartscans en ECG’s brachten onderzoekers veranderingen in de hartboezems in kaart, samen atriumcardiomyopathie genoemd. Deze veranderingen kunnen voorafgaan aan het ontstaan van boezemfibrilleren. Het gaat dan bijvoorbeeld om een vergrote hartboezem, een verminderde pompfunctie van de boezem of subtiele afwijkingen zichtbaar op het hartfilmpje. Binnen de onderzoeksgroep had ruim 1 op de 7 mensen (15,7) procent minstens één van zulke veranderingen in de hartboezems.
Het onderzoek toont duidelijk de samenhang tussen deze veranderingen en latere hartproblemen:
- Éen verandering gaat gepaard met bijna een verdubbeling van het risico op boezemfibrilleren
- Bij meerdere veranderingen loopt dit risico op tot ruim vier keer zo hoog
- Ook het risico op hartfalen en beroerte bleek bij deze groep verhoogd
Behandeling om boezemfibrilleren te voorkomen
De veranderingen komen vaker voor bij mensen met een hoge bloeddruk, ziekte in de kransslagaders en overmatig alcoholgebruik. Bestaande behandelingen tegen hoge bloeddruk en verstopte bloedvaten richting het hart zijn waarschijnlijk extra belangrijk in deze groep.
Ook geeft dit onderzoek de kans om een behandeling te ontwikkelen die boezemfibrilleren in deze groep voorkomt, of uitstelt. Dat biedt perspectief op een toekomst waarin minder mensen worden getroffen door boezemfibrilleren, hartfalen of een beroerte.
Bron
-
Dit bericht verscheen ook op: www.hartstichting.nl