Schimmel en vochtproblemen komen in huurhuizen nog steeds vaak voor. Wat kun je zelf doen om dit te voorkomen, en wanneer is de verhuurder aan zet? Marlies Dijkstra van de Woonbond noemt vier dingen die vaak fout gaan. „Maar je kunt dit alles ook goed doen en toch problemen houden. Laat dat altijd onderzoeken.’’

Problemen met schimmel, lekkages en vocht zijn nog steeds een veelvoorkomend probleem in huurhuizen, concludeerde de Huurcommissie vorige maand in haar jaarverslag. In de helft van de gevallen komen de problemen door bewoners die – al dan niet met opzet – verkeerde gewoonten hebben.
1. Te weinig ventileren
Veel mensen zetten één keer per dag vijf of tien minuten een raam open en denken dat het dan wel goed is. Dat is volgens Dijkstra niet zo. „Een uur later is de luchtkwaliteit alweer verslechterd. Luchten helpt kort, maar ventileren moet de hele dag. Echt 24/7, ook als je niet thuis bent en zeker ook als je slaapt”, zegt Dijkstra.
Niet elk huurhuis werkt hetzelfde. In oudere woningen, vooral huizen van voor 1975 die niet zijn verduurzaamd, heb je vaak enkel natuurlijke ventilatie. Soms gebeurt dat via kieren, maar ook roosters en klepraampjes zorgen dan voor frisse lucht.
Daarbij is één open raam niet genoeg. „Aan beide zijden van de woning moeten roosters en raampjes openstaan”, zegt Dijkstra. „Anders kan geen luchtstroom ontstaan.”
2. Ventilatiesystemen uitzetten
Veel woningen die tussen 1975 en 2012 zijn gebouwd of gerenoveerd, hebben roosters of klepraampjes én mechanische ventilatie. „De belangrijkste regel: zet het systeem niet uit. En houd de roosters open. Dat is de basis”, zegt Dijkstra.
Soms zetten mensen de ventilatiebox uit omdat het systeem veel lawaai maakt. „Dat kan wijzen op achterstallig onderhoud”, zegt Dijkstra. „Zo’n systeem hoort ongeveer eens in de twee jaar door een specialist te worden onderhouden. Is dat niet gebeurd? Kaart dat aan bij de verhuurder.”
Nieuwere woningen, vaak van na 2012, hebben regelmatig balansventilatie met warmteterugwinning. Dan regelt het systeem zowel de toevoer van schone lucht als de afvoer van vervuilde lucht. Roosters zijn er soms niet meer. „Ook hier geldt: laat het systeem aan.”
Je installeert als huurder niet zelf een balansventilatiesysteem, maar je moet het bestaande systeem wel goed gebruiken. Een goede uitleg is ook in het belang van de verhuurder. „Is toch onduidelijk hoe het werkt? Vraag dan aan de verhuurder om uitleg”, zegt Dijkstra.
3. Niet luchten bij douchen, koken en de was drogen
Schimmel ontstaat door vocht. Dat komt vrij door douchen, koken, schoonmaken en was drogen. Ventileer daarom altijd extra op zulke momenten. Zet het ventilatiesysteem hoger bij koken, douchen, schoonmaken of wanneer er veel mensen in huis zijn.
„Houd tijdens het douchen de badkamerdeur dicht en droog daarna vloer en muren met een wisser. Kook met deksels op de pannen en gebruik de afzuigkap als je die hebt”, adviseert Dijkstra. Droog de was liever buiten of in een goed geventileerde ruimte.
4. De verwarming te laag zetten
Het is begrijpelijk dat je uit kostenoverwegingen de verwarming lager zet of zelfs uit. Als je de energierekening nauwelijks kunt betalen, is dat een manier om kosten te drukken. Dat wordt juist sterk afgeraden omdat het schimmel en vochtproblemen veroorzaakt.
Als oppervlakken koud blijven, slaat vocht sneller neer, waardoor schimmel ontstaat. „Verwarm je woning daarom regelmatig één keer per week tot minstens 18 graden, het liefst een paar keer per week.’’
„Plak roosters zeker niet dicht met tape of papier om warmte vast te houden. Let ook op de kier onder binnendeuren. Die ruimte is nodig voor luchtcirculatie. Sluit die dus niet af met een tochtslang of tochtstrip.”
Een CO2-meter kan handig zijn om inzichtelijk te maken of je genoeg ventileert. Soms kun je zo’n meter lenen of aanvragen via een gemeente of energieloket. Een veel goedkopere hygrometer kan ook helpen. Die laat zien of de luchtvochtigheid niet te hoog oploopt.
Het helpt allemaal niet, wat nu?
Vaak doe je als huurder alles (bijna) goed en blijven vocht en schimmel terugkomen. Dan is er meer aan de hand: een lekkage, een koudebrug, een slecht werkend ventilatiesysteem of een woning die niet past bij het aantal bewoners. „Het ligt zeker niet altijd aan de bewoner, vaak is er simpelweg een technisch of bouwkundig probleem”, zegt Dijkstra.
Dijkstra: „Meld schimmel altijd schriftelijk bij de verhuurder. De meeste woningcorporaties en grote verhuurders hebben hiervoor een online formulier. Vraag om de vocht- en schimmelproblemen op te lossen.’’
Reageert de verhuurder niet of lost die het probleem niet op, dan kun je naar de Huurcommissie stappen. Belangrijk is dat je kunt aantonen dat je eerst naar de verhuurder bent gegaan. De Huurcommissie kan onderzoek doen en, als de woning niet op orde is, huurverlaging opleggen totdat het probleem is opgelost.”
Bron
-
Dit bericht verscheen ook op: www.ad.nl