Rechter vernietigt besluit Kuipers: concentratie kinderhartchirurgie in twee ziekenhuizen van de baan

zorg

De veelbesproken concentratie van kinderhartchirurgie van vier naar twee ziekenhuizen is van de baan. De rechter vernietigde donderdag het besluit van (ex-)minister Kuipers om deze zorg alleen nog te bieden in Rotterdam en Groningen. De uitspraak heeft ook grote gevolgen voor andere vormen van zorg.

Het vonnis heeft grote gevolgen voor de verdeling van de specialistische zorg in heel Nederland. En het leest als een enorme tik op de vingers voor Kuipers, die woensdag onverwacht zijn ontslag als minister aanbood. De zaak was aangespannen door de umc’s in Leiden en Utrecht, die de kinderhartchirurgie dreigden te verliezen.

De fundamentele reden om de hoogst ingewikkelde operaties in twee ziekenhuizen te concentreren was de zogeheten ‘volumenorm’ voor operaties van pasgeboren baby’s. De minister hield vast aan minstens zestig van dit soort operaties per ziekenhuis per jaar; pas dan zou de zorg op haar veiligst zijn. Maar dat uitgangspunt heeft de minister ‘onvoldoende onderzocht en gebrekkig gemotiveerd’, aldus de rechtbank Midden-Nederland.

Zelfs toen een auteur van het wetenschappelijke artikel dat de basis vormt voor de volumenorm wees op verkeerde interpretatie van zijn cijfers, bleef het ministerie (en de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd) vasthouden aan deze norm. Dat had de minister niet mogen doen, oordeelt de rechtbank. Want het leidde tot een beslissing die niet ‘noodzakelijk en evenwichtig en daarmee evenredig’ was.

Ook elders krijgt de minister een veeg uit de pan van de rechtbank. Kuipers liet de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een ‘impactanalyse’ uitvoeren, waarvan de conclusie was: stop met deze concentratie, ga eerst over tot een integraal plan voor de academische ziekenhuiszorg. Dus: ga eerst voor álle specialistische zorg in Nederland na op hoeveel locaties en waar in het land die zou moeten worden geboden. Kuipers zei die conclusie te volgen, maar dan wel door alvast een begin te maken met de concentratie van de kinderhartchirurgie, ‘het eerste puzzelstukje’.

Die semantische hinkstapsprong wil er bij de rechter niet in: ‘het terugkomen op het eigen advies door de NZa (is) onbegrijpelijk. Dat de minister in lijn met de impactanalyse van de NZa, de eigen adviseur, heeft gehandeld ziet de rechtbank daarom niet.’

Risico voor de zorg

Bovendien vindt de rechtbank dat Kuipers niet goed genoeg de gevolgen heeft onderzocht voor de ziekenhuizen die de kinderhartchirurgie kwijtraken. Het vertrek daarvan kan namelijk, aldus de rechtbank, ‘een risico vormen voor de toegankelijkheid van deze specifieke expertise op de korte en middellange termijn in Nederland’. En als kinderhart-experts vertrekken uit een ziekenhuis, heeft dat ook gevolgen voor andere vormen van zorg, zoals ‘de hart-, long- en gecombineerde transplantaties bij kinderen, de foetale hartinterventies’, maar ook de zorg voor kinderen met kanker.

En dan is er nog de overgangsperiode van 2,5 jaar die Kuipers voorstelde: kan er in die tijd wel voldoende personeel worden geworven door de ziekenhuizen die de kinderhartchirurgie van de andere ziekenhuizen overnemen? Vooral in Groningen is dat nog maar de vraag. De minister had daarom, vindt de rechtbank, al deze vraagstukken ‘moeten betrekken bij de vraag of de behoefteraming op twee interventiecentra wel een evenwichtige keuze is.’

Van voren af aan

Het betekent dat de discussie over de concentratie van de kinderhartchirurgie weer van voren af aan begint. De vier ziekenhuizen die nu kinderharten opereren, mogen dat blijven doen. Een nieuwe minister moet een nieuw besluit nemen of en in welke vorm concentratie gewenst is. De kans dat die weer kiest voor maximaal twee ziekenhuizen is klein. Niet alleen vanwege de uitspraak van de rechter, ook al omdat er in de Kamer een meerderheid is voor een concentratie naar drie ziekenhuizen.

Minister Conny Helder, die de opgestapte Kuipers voorlopig vervangt, ‘betreurt de uitspraak ten zeerste. Dit is slecht nieuws voor alle betrokkenen en met name de patiënten, die na een lange periode van discussie over de concentratie van deze zorg recht hebben op duidelijkheid en daar ook nadrukkelijk om vragen.’

Grote gevolgen

De gevolgen van de uitspraak zijn ook voor de zorg buiten de kinderhartchirurgie groot, zegt Marco Varkevisser, hoogleraar marktordening in de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit. Experts binnen en buiten de zorg zijn het erover eens dat concentratie van zorg, bij bijvoorbeeld oncologische zorg, ingewikkelde spoedeisende zorg en vaatchirurgie, grote voordelen kan hebben. Hoe meer specialistische ingrepen op één locatie gebeuren, hoe groter de ervaring van het team, en des te hoger de kwaliteit van zorg. Ook kan het met één groot team makkelijker zijn om een 24 uursrooster te vullen dan met meerdere kleine teams op verschillende plekken.

Maar door de uitspraak van de rechter wordt het nu ingewikkelder om knopen door te hakken over waar zorg geconcentreerd moet worden, aldus Varkevisser. De patiënt kan de dupe worden van die impasse.

Varkevisser: ‘Op grond van deze uitspraak kan VWS eigenlijk alleen nog concentratievraagstukken beslechten wanneer er volumenormen bestaan waarover geen enkele discussie is. En het moet ondubbelzinnig duidelijk zijn dat concentratie geen schadelijke neveneffecten voor andere vormen van zorg met zich meebrengt.’

Dat zal in de praktijk weinig voorkomen, ‘ook al omdat de ziekenhuizen die hun zorg verliezen en het daar niet mee eens zijn, alles in het werk zullen stellen om het tegendeel te bewijzen’. Tegelijkertijd zal het ministerie minder happig zijn om, wanneer de zorgpartijen er zelf niet uitkomen, als scheidsrechter op te treden, nu de juridische bewegingsruimte zo beperkt blijkt, en de kans op reputatieschade zo groot.

Gevolg: de partijen in de zorg zullen de concentratievraagstukken zelf moeten gaan oplossen – wat in het geval van de kinderhartchirurgie al dertig jaar niet is gelukt. Varkevisser: ‘Deze uitspraak kan leiden tot nieuwe impasses, of tot een soort kwartetspel tussen de ziekenhuizen waarbij een ziekenhuis alleen iets opgeeft als het ook iets terugkrijgt. Zo’n uitruil van private belangen levert voor het algemene belang niet altijd de optimale uitkomst op.’

Bron

Deel dit bericht