De zogenaamde ‘middenhuur’ betreft vaak kleine appartementjes voor een relatief hoge prijs. Te duur en te klein voor gezinnen. En dat is precies waarvoor de sociale huursector is uitgevonden. Tot de invoering van de inkomensgrenzen, onder druk van de vastgoedlobby, konden deze gezinnen immers wel sociaal huren.
De huidige inkomensgrens van 49.669 euro voor eenpersoonshuishoudens en 54.847 euro voor meerpersoonshuishoudens is te strak afgesteld. Dit is onhoudbaar. Jonge werknemers en jonge koppels moeten hierdoor levenskeuzes uitstellen, zoals het starten van een gezin.
Nederland is opvallend streng
Nederland is in vergelijking met andere Europese landen opvallend streng als het gaat om toegang tot sociale huisvesting. In landen als Oostenrijk en Frankrijk is de sociale huursector veel inclusiever. Daar geldt sociale huur als een instrument voor brede volkshuisvesting, niet als vangnet voor laagste inkomens alleen. In Wenen bijvoorbeeld – waar 45 procent van woningen bestaat uit sociale en gesubsidieerde huisvesting – kunnen huishoudens met een inkomen tot zo’n 70.000 euro per jaar (voor gezinnen) in aanmerking komen voor sociale huur. In Frankrijk ligt de bovengrens voor toegang voor een gezin met twee kinderen op meer dan 60.000 euro en voor grotere gezinnen op wel bijna 100.000 euro. Bijna het dubbele van de Nederlandse grens.
Nederland is dus een uitzondering, en dat werkt door in de kansen en woonzekerheid van honderdduizenden huishoudens. Zorgmedewerkers, politieagenten, onderwijzers – mensen die onze samenleving draaiende houden – kunnen vaak geen kant op. De vrije huursector is onbetaalbaar, koopwoningen zijn onbereikbaar en de sociale sector is gesloten. Dit vergroot ongelijkheid, ondermijnt het vertrouwen in beleid, en frustreert het streven naar een inclusieve samenleving.
Wij pleiten daarom voor een verruiming van de toegang tot de sociale huursector, specifiek de inkomensgrens voor meerpersoonshuishoudens. Wij pleiten ervoor de inkomensgrens stapsgewijs te verhogen tot 65.000 euro voor gezinnen, zodat in de tussentijd overheid en woningcorporaties flink kunnen investeren in een groter aanbod van de sociale huursector.
Meer diversiteit en leefbaarheid
Met een bredere toegang kunnen ook de diversiteit en leefbaarheid in de wijken toenemen waar het corporatiebezit groot is. In oktober gaan lijsttrekkers met elkaar in debat over hoe ze oplossingen willen voor middeninkomens en gezinnen. Want daar zijn stemmen te winnen.
Diverse partijen hebben recentelijk een apart woonplan gepresenteerd, waaruit blijkt dat er verschillend wordt gedacht over de taak van woningcorporaties en waar de middenklasse recht op heeft qua huisvesting. GroenLinks-PvdA en de SP kiezen nadrukkelijk voor een verruiming van de toegang en een brede taakopvatting van woningcorporaties. D66 en de VVD zetten zich hier tegen af en willen de huisvesting van middeninkomens meer overlaten aan de vrije markt en ze zelfs met huurverhogingen actief verjagen uit de sociale huur. Andere partijen kunnen de doorslag geven als het gaat om kansen voor gezinnen op een betaalbare woning.
Wonen is een recht. Een goed functionerende sociale huursector is geen last, maar een fundament onder een gezonde samenleving. Laat Nederland leren van andere landen én van het eigen verleden; zo ontstaat weer perspectief voor jonge Nederlanders.