Nieuwe test voor opsporing darmkanker kan duizenden patiënten redden

zorg

Een nieuwe test kan een voorstadium van darmkanker bij meer mensen opsporen. Daardoor kunnen in de toekomst duizenden gevallen van ziekte en sterfte worden voorkomen.

Het kostte onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoek, Erasmus MC en Amsterdam UMC tien jaar om de nieuwe test te ontwikkelen en te testen. Maar de resultaten zijn hoopgevend. Als de nieuwe test in het huidige bevolkingsonderzoek naar darmkanker zou worden gebruikt, kan die zorgen dat 21 procent minder mensen darmkanker krijgen en 18 procent minder mensen aan de ziekte sterven.

Jaarlijks krijgen zo’n 12.000 Nederlanders darmkanker. Ongeveer een derde daarvan overlijdt aan deze ziekte. Omdat darmkanker zo veel voorkomt, is er al een bevolkingsonderzoek voor mensen tussen de 55 en 75 jaar. Elke twee jaar krijgen ze een oproep om hun ontlasting te laten controleren. De screening is al succesvol: zo’n vijftien procent minder mensen krijgen darmkanker dan voor de invoering van het bevolkingsonderzoek.

Maar met een nieuwe test kan het resultaat nóg beter. De huidige test controleert of een specifiek eiwit in de ontlasting zit. Onderzoekers ontdekten dat nog twee andere eiwitten goede voorspellers voor de ziekte zijn en voegden die toe aan de nieuwe test.

Meer vroege opsporing

Het afgelopen jaar kregen zo’n 13.000 deelnemers van het bevolkingsonderzoek twee buisjes thuisgestuurd waarin ze een klein beetje ontlasting moesten opvangen. Uit een analyse blijkt dat de nieuwe test vooral meer patiënten opspoort met een voorstadium van darmkanker, veelal een grote poliep. ,,Die kan je met een kijkoperatie meestal eenvoudig verwijderen. Zo voorkom je dat mensen darmkanker krijgen en dat ze een operatie moeten ondergaan”, aldus onderzoeker Gerrit Meijer van het Antoni van Leeuwenhoek.

Omdat de nieuwe test meer voorstadia van darmkanker opspoort, zullen ook meer mensen een kijkonderzoek moeten ondergaan. ,,De opsporing zal inderdaad duurder worden, maar die extra kosten wegen op tegen wat je aan ziekte en behandeling bespaart”, stelt Meijer. En dan hebben we het nog niet over al het leed dat patiënten wordt bespaard.

Ook al zijn de resultaten goed, het zal nog zeker enkele jaren duren voordat de nieuwe test klaar is voor grootschalig gebruik in een bevolkingsonderzoek. Uiteindelijk beslist het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de invoering.

Bron

Deel dit bericht