Bij familie op de bank, in een tentje in het park of in een vakantiehuis. In een nieuwe daklozentelling werden in 57 Nederlandse gemeenten in totaal 28.721 dak- en thuisloze personen geteld. Daar zit ook een groep kinderen op straat tussen. De wethouders van Amsterdam en Den Haag trekken aan de bel.

De telling vond plaats in negen regio’s verspreid door Nederland, onder andere in grote steden als Amsterdam, Den Haag en Eindhoven, maar ook in de kop van Noord-Holland, de Valleiregio en Maastricht-Heuvelland.
In totaal werden onder anderen vierduizend dakloze kinderen geteld. Zij wonen voor het grootste deel bij familieleden of in opvanglocaties, maar negentien van hen zijn geteld ‘in de openbare ruimte’, onder andere in Den Haag, maar vooral in Amsterdam. „Zij verbleven op het moment van tellen op straat, in een tentje, in het park, et cetera. Soms met, soms zonder ouders’’, zegt onderzoeker Gercoline van Beek.
‘Volstrekt onacceptabel’
De Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink noemt het ‘volstrekt onacceptabel als er in Nederland kinderen dakloos op straat verblijven’ en zegt al langer een groei te zien van het aantal daklozen.
Toch zegt de stad dat er op dit moment geen concrete signalen zijn dat de kinderen (nog steeds) op straat leven. Dat zij op het moment van de daklozentelling geen dak boven het hoofd hadden, betekent niet dat de kinderen permanent op straat verblijven.
Wel doet de hoofdstad samen met Den Haag een oproep aan het Rijk om werk te maken van een spreidingswet voor de opvang van dakloze gezinnen. De grote steden vangen momenteel veel dakloze gezinnen op die geen binding hebben met de gemeente en willen dat dit landelijk eerlijker verdeeld wordt.
Ook veel vrouwen op straat
In de grote steden die deelnamen aan de nieuwe daklozentelling (naast Amsterdam en Den Haag ook Eindhoven) is te zien dat er veel vrouwen op straat leven. Overigens is het aantal dakloze mensen vooral in de twee eerstgenoemde steden zeer hoog. In de regio Amsterdam-Amstelland werden 13.070 mensen geteld, in de Haagse regio 7201 mensen.
Het merendeel van hen slaapt bij familieleden of bij vrienden. In Eindhoven gaat het om 2240 dakloze personen.
Ook betreft het in de grote steden vaker mensen zonder verblijfsstatus. In de hele telling werden 3646 mensen zonder geldige verblijfsstatus geteld. Toch is de groep mogelijk nog groter, omdat niet iedereen in beeld is bij hulpverleners.
Noodgedwongen verblijf
Ook in andere gebieden werden daklozen geteld. In de Valleiregio (1237 dak- en thuisloze personen) verblijven relatief veel mensen op campings en vakantieparken. In Maastricht-Heuvelland (853 personen) en Zaanstreek (998 personen) werden veel mensen in instellingen geteld en in de regio IJssel-Vecht (1611 personen) verblijft een relatief hoog aantal mensen op antikraaklocaties.
Opvallende bevinding uit het onderzoek is dat 8 procent van alle getelde dakloze mensen langer dan nodig verblijft in een instelling (bijvoorbeeld ggz, asielopvang of jeugdzorg), omdat er geen passende huisvesting beschikbaar is. Vooral binnen de asielopvang werd een grote groep mensen geteld die daar ‘noodgedwongen’ langer verblijft.
Nieuwe cijfers over dakloze mensen: hoe zit dat?
Deze relatief nieuwe manier van daklozen tellen (de zogeheten ‘ethos-telling’) komt uit België en wordt sinds 2023 uitgevoerd in Nederland, door de Hogeschool Utrecht en het Kansfonds.
Medewerkers van daklozenopvangen, sociaal werkers, boswachters of NS-medewerkers: alle ‘oren en ogen’ in een gemeente doen mee aan zo’n telling. Eerder werden in 55 gemeenten (waaronder Breda en Nijmegen) zesduizend daklozen geteld. Volgend jaar wordt de telling nog verder uitgerold en zijn ook gemeenten als Rotterdam en Utrecht aan de beurt.
Bron
-
Dit bericht verscheen ook op: www.ad.nl