Tegen 2050 zal naar verwachting twee derde van de Nederlanders te zwaar zijn, waarschuwt het RIVM. Overgewicht is allang geen kwestie meer van persoonlijke zwakte, maar een groeiend collectief probleem dat om duidelijke maatregelen vraagt, zeggen experts.

Overgewicht is niet meer het probleem van een kleine groep. Als de huidige trend doorzet, zal in 2050 maar liefst 64 procent van de Nederlandse bevolking te zwaar zijn. Vooral voor mensen tussen 18 en 44 jaar dreigt de situatie uit de hand te lopen.
Dit blijkt uit het rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning van het RIVM. Momenteel heeft de helft van de mensen in Nederland overgewicht. Bovendien laten de cijfers een verschuiving zien naar jongere generaties: in 1990 had 17 procent van de jongvolwassenen overgewicht, inmiddels is dat 40 procent. Voor 2050 is de voorspelling dat twee derde van deze groep te zwaar zal zijn.
Als iemand langdurig meer calorieën binnenkrijgt dan dat het lichaam verbrandt, wordt diegene te zwaar. Bij een BMI (Body Mass Index) van 25 of hoger is er sprake van overgewicht; vanaf een BMI van 30 van obesitas. Belangrijk hierbij is de buikomvang. Die is ernstig verhoogd bij mannen als die 102 cm of meer is en bij vrouwen 88 cm of meer. De gevolgen van te veel buikvet zijn niet gering: overgewicht vergroot de kans op aandoeningen zoals suikerziekte, hart- en vaatziekten, bepaalde vormen van kanker en ook psychische klachten.
Geconfronteerd met ongezond aanbod
Als er niets verandert, beweegt Nederland richting Amerikaanse toestanden. “Ook in onze samenleving worden we continu blootgesteld aan producten die vol zitten met suiker en vet”, zegt Anniek de Ruijter, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. “Of je nu door de stad fietst, boodschappen doet of door je social media scrolt; overal word je geconfronteerd met ongezond aanbod.”
Ondanks richtlijnen om dit te beperken, laat de praktijk het tegenovergestelde zien. “Op dit moment is 80 procent van het aanbod in sommige supermarkten ongezond” zegt De Ruijter. “Dit is voor de consument geen kwestie meer van zwakke wilskracht, maar van een ongezonde omgeving die constant verleidt.”
De cijfers van RIVM bewijzen dat individuele verantwoordelijkheid niet langer voldoende is, stelt De Ruijter. “De overheid moet veel steviger ingrijpen. Voor roken en medicijnen geldt al een reclameverbod; waarom dan niet voor ongezonde voeding? Als een groot deel van de bevolking steeds ongezonder wordt, kunnen we dit niet blijven afschuiven op keuzevrijheid. Dit is een collectief probleem dat een collectieve aanpak vereist.”
Individuele factoren zoals stress
Dat vooral jongvolwassenen steeds zwaarder worden, baart ook internist Liesbeth van Rossum, hoogleraar obesitas aan het Erasmus MC, zorgen. “In deze groep zien we onder andere ook al een toename van obesitas-gerelateerde vormen van kanker.”
Hoewel gezond eten en meer bewegen belangrijk blijven, is het probleem veel complexer dan dat, zegt Van Rossum, die ook voorzitter is van het Partnerschap Overgewicht Nederland. “Naast deze maatschappelijke factoren, zoals de ongezonde leefomgeving, spelen individuele factoren zoals stress, slaaptekort, hormonale invloeden, medicijnen en psychosociale omstandigheden een grote rol.” Om te ontdekken of je overgewicht hebt en welke factoren in jouw situatie een rol spelen, heeft het Erasmus MC met vele onafhankelijke organisaties een online vragenlijst ontwikkeld.
Zowel Van Rossum als De Ruijter zien kansen voor verbetering. “We weten dat een pakket met zulke maatregelen werkt”, zegt Van Rossum. “Een suikertaks, btw-verlaging op groente en fruit, en beperkingen op marketing voor ongezond voedsel kunnen een wereld van verschil maken. Toch worden zulke maatregelen in Nederland nog te weinig toegepast.”
Medicijnen doen de groei afnemen
Ook moet er ruimte komen voor verbetering in de behandeling van overgewicht. “We behandelen obesitas-gerelateerde ziektes, zoals hartinfarcten, knieproblemen en depressie, maar we doen veel te weinig om obesitas zelf effectief aan te pakken. Dat moet anders”, zegt Van Rossum.
Obesitas-medicijnen zouden een deel van de oplossing kunnen zijn, maar Van Rossum is voorzichtig met die conclusie. “In Amerika lijkt de groei van obesitas af te vlakken. Veertig procent van de bevolking heeft daar obesitas en één op de acht gebruikt obesitas medicatie. Het is mogelijk dat die medicijnen de groei doen afnemen, maar het kan ook zijn dat daar een maximum is bereikt; niet iedereen kan immers obesitas ontwikkelen omdat sommigen genetisch daartegen beschermd zijn.”
Toch ziet Van Rossum obesitas medicijnen niet als dé oplossing. “Deze epidemie is niet met een medicijn op te lossen. De kern ligt bij preventie en structurele veranderingen vanuit de overheid. Alleen met de combinatie van betere preventie én behandelingen kunnen we deze crisis een halt toeroepen.”
Bron
-
Dit bericht verscheen ook op: www.trouw.nl