Kunnen we straks nog naar het verpleeghuis? ‘Nederland staat voor grote omslag

zorg

Nederland staat voor een dijk van een opgave rond de huisvesting van en zorg voor senioren. De komende vijftien jaar komen er meer dan honderdduizend ouderen bij die verpleeghuiszorg nodig hebben, blijkt uit nieuw onderzoek van ABF Research, dat gespecialiseerd is in bevolkings- en woningmarktprognoses. Bijna driekwart van die groep kan niet in een verpleeghuis terecht. „De samenleving moet het eerlijke verhaal horen.”

Buiten die tienduizenden die niet naar het verpleeghuis kunnen, zijn er dan ook nog 75-plussers die wel thuis kunnen wonen, maar die niet meer kunnen traplopen, of die brede deuren of andere aanpassingen in dat huis nodig hebben. Voor die groep zijn in dezelfde periode meer dan een kwart miljoen extra geschikte woningen nodig.

Zowel de verpleeghuiszorg als de woningbouw piept en kraakt nu al aan alle kanten. Om met die eerste te beginnen: vorig jaar was er al een personeelstekort van meer dan tienduizend mensen in de verplegings- en verzorgingsbranche, over tien jaar is dat tekort volgens de meest recente prognoses meer dan vervijfvoudigd.

Zo lang mogelijk thuis

Mede daarom is zo lang mogelijk thuis blijven wonen al een tijdje het devies, en wordt na 2026 het aantal verpleeghuisplekken bevroren, maar dat beleid heeft dus grote gevolgen. In 2040 is bijna één op de zeven Nederlanders ouder dan 75 jaar, en herbergt één op de vijf huishoudens minstens één 75-plusser. Een deel daarvan heeft zware verpleeghuiszorg nodig: de vraag naar plekken gaat de komende vijftien jaar met 106.400 plekken omhoog.

Maar door dat ‘thuisblijfbeleid’ komen er in diezelfde periode slechts 30.500 verpleeghuisplekken bij. Gevolg: 75.900 ouderen moeten buiten het verpleeghuis worden verzorgd. Voornamelijk mensen met dementie, voorspelt ABF. „Zolang het aantal plekken in verpleeghuizen min of meer bevroren blijft, moeten we dus toewerken naar een omslag in de zorg voor ouderen”, concludeert Judith Willems, een van de auteurs van ABF’s zogenoemde Fortuna-prognose. Die prognose is onder meer gebaseerd op de huidige situatie in verpleeghuizen en de vooruitzichten over de vergrijzing.

Dat hoeft niet te betekenen dat ouderen het slechter krijgen, benadrukt Willems, maar de zorg en de samenleving als geheel moeten zich voorbereiden op die opkomst van ouderen in de ‘extramurale zorg’, zoals het officieel heet. „Er moeten zorgplekken voor die mensen worden gebouwd, en de personele bezetting moet erop worden aangepast. Vooral lokaal moet dat nu voortvarend worden opgepakt.”

„Het eerlijke verhaal moet naar de samenleving”, zegt ook een woordvoerder van ActiZ, de brancheorganisatie van de zorgsector. „In de eerste plaats moeten de regels worden aangepast over de aanspraak op zorg, de bekostiging en de kwaliteitsnormen. Die zijn nu niet in lijn met de doelstelling van het beleid.” Wat ActiZ betreft moet er meer geld naar wijkverpleging en eerstelijnszorg, zoals huisartsen en fysiotherapeuten.

Ook moet er ‘passende ouderenhuisvesting’ komen, vindt de brancheclub. „In veel gemeenten kun je in aanmerking komen voor een lening of vergoeding om je huis aan te passen, en tussen eigen huis en verpleeghuis zijn nog veertien alternatieve woonvormen.”

‘We weten het al decennia’

„Zoals we nu bezig zijn, gaat het niet lukken”, reageert Robbert Huijsman, hoogleraar management en organisatie van ouderenzorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, op het onderzoek. Wat hij wrang vindt: „We weten al decennia dat die vergrijzing eraan zit te komen, er zijn van tijd tot tijd rapporten die waarschuwen.”

Het feit dat er veel meer hulpbehoevende ouderen bijkomen dan verpleeghuisplekken hoeft geen probleem te zijn, benadrukt Huijsman. Maar dan moet er nu wel actie worden ondernomen, betoogt hij. Rap én doordacht. „Bouw wijken met in het hart een verpleeghuis, en zet daaromheen niet alleen woningen voor ouderen en plekken waar ze overdag naartoe kunnen, maar ook woningen voor gezinnen. Vaak worden bij het plannen van een woonwijk de voorzieningen als laatste toegevoegd, maar daar moet je eigenlijk mee beginnen. Samen met bijvoorbeeld logeerplekken voor ouderen om mantelzorgers tijdelijk te ontlasten, want daar is de rek nu al helemaal uit.”

Met al die plannen is bovendien geen tijd te verliezen. „In Nederland zijn we heel goed in het organiseren van inspraakrondes in het kwadraat, maar nu hebben we een minister, en lokale bestuurders, nodig die echt de leiding nemen. Die na twee keer inspraak zeggen: deze kant gaan we op.”

Ook de woningbouw gaat de vergrijzing voelen. Van de 9,3 miljoen huizen die ons land tegen 2040 moet tellen, moeten er 2,4 miljoen — meer dan een kwart dus — aangepast zijn voor minder mobiele ouderen. Sommige van die woningen zijn al geschikt voor ouderen die slecht ter been zijn, maar daar wonen nu mensen die niet per se gelijkvloers hoeven te leven. ABF-onderzoeker Willems: „Als je flats aanwijst voor ouderen, heb je al in een deel van de extra vraag voorzien.”

Bron

Deel dit bericht