Dat kan bijvoorbeeld gebeuren in het been. Ook in de arm kan het voorkomen, maar dat gebeurt veel minder vaak. „Zo’n prop kan dan vanuit het been of de arm naar de longen schieten. In dat geval spreken we van een longembolie. Een stolsel kan ook in de longen zelf ontstaan.’’ Een stolsel in een slagader (arteriële trombose) kan bijvoorbeeld een hartinfarct of herseninfarct veroorzaken.
Volgens de Trombosestichting worden er elk uur elf Nederlanders getroffen door trombose. Op welke mogelijke waarschuwingssignalen moet je letten? Een van de tekenen van een trombosebeen is een glazige, opgezette en pijnlijke kuit. Soms voelt het been zwaar aan en treedt er een rode of blauwe verkleuring op. Ongeveer dezelfde symptomen treden op bij een trombosearm.
Met een trombosebeen of -arm moet je je meteen melden bij de huisarts, want trombose kan heel gevaarlijk zijn. Middeldorp: ,,Door de verstopping kan het zijn dat het bloed niet meer rondgepompt wordt. Daardoor krijgt een deel van het lichaam geen zuurstof meer. Als dat in de longen gebeurt, kan het leiden tot een levensbedreigend longinfarct.’’
“Ik zie ook veel jonge mensen die met deze aandoening in het ziekenhuis of op de eerste hulp belanden, voornamelijk jonge vrouwen” – Saskia Middeldorp
Bij een longembolie word je plotseling heel benauwd of krijg je pijn bij zuchten of hoesten. ,,Neem bij bovengenoemde symptomen – in je arm, been of longen – direct contact op met je arts.’’
‘Vage klachten’ zoals flauwvallen en hartkloppingen lijken misschien onschuldig, maar kunnen ook tekenen zijn. „Vaak worden deze klachten aan stress of hyperventilatie gekoppeld, maar ze kunnen ook duiden op trombose of longembolie. Hoe eerder je erbij bent, hoe minder schade er wordt aangericht.’’
Erfelijke bloedstollingsziekte vergroot risico
Trombose kan spontaan optreden, maar vaak is het een combinatie van factoren die het systeem van stolling en antistolling uit balans brengt. Veel mensen denken dat trombose een oudemensenziekte is, maar dat is een vooroordeel, zegt Middeldorp.
„Ik zie ook veel jonge mensen die met deze aandoening in het ziekenhuis of op de eerste hulp belanden, voornamelijk jonge vrouwen. Dat komt doordat hormonale invloeden, met name gebruik van de anticonceptiepil en zwangerschap, het risico op trombose vergroten.’’
Andere risicofactoren voor trombose zijn overgewicht, te weinig bewegen, een lange vliegreis, operatie of erfelijke aanleg. Eén op de twintig mensen in Nederland heeft de erfelijke bloedstollingsziekte Factor V Leiden, waarbij de V staat voor het Romeinse cijfer ‘vijf’.
Die aandoening geeft een groter risico op bloedpropjes. „Lang niet iedereen met deze aandoening krijgt ook daadwerkelijk trombose, maar de kans is wel groter dan wanneer je geen Factor V Leiden-mutatie hebt.’’
Als iemand in je familie trombose of een longembolie heeft gehad, dan is dat ook een risicofactor. ,,Word je opgenomen in het ziekenhuis voor een ingreep, bijvoorbeeld voor een knie- of heupoperatie, zeg dan altijd tegen de chirurg dat er in je familie sprake is van trombose.’’
Niet te lang zitten
Nog een tip: probeer het risico zelf zoveel mogelijk te verkleinen. Leef gezond, beweeg voldoende en sta regelmatig op als je lang zit: zorg dat de bloedcirculatie op gang blijft. ,,Voor vrouwen met een verhoogd risico op trombose zijn naast de pil ook andere veilige en effectieve middelen om een zwangerschap te voorkomen of menstruatieproblemen te bestrijden, zoals bijvoorbeeld een hormoonspiraal.’’
Als je er op tijd bij bent, valt trombose vaak goed te behandelen met medicijnen. In de afgelopen jaren is nieuwe medicatie ontwikkeld die veel makkelijker in gebruik is dan vroeger. Waar volgens Saskia Middeldorp nog te weinig aandacht voor is, is de mentale impact van trombose.
„Zeker jonge mensen die met een longembolie in het ziekenhuis terechtkomen, kampen daarna met het gevoel dat ze bijna dood waren geweest. Daar kunnen ze nog lang onzeker van blijven. Sommige mensen moeten bovendien levenslang een kous dragen, die voornamelijk in de zomer heel zichtbaar is.’’