In de friends-woning heeft Nina zeven huisgenoten

Huren

In de strijd tegen het woningtekort wordt in heel Nederland geëxperimenteerd met nieuwe woonvormen. Zo blijken jongvolwassenen best enthousiast voor het fenomeen friends-delen: vriendengroepen die samen bij de woningcorporatie een huis huren en keuken, wc en badkamer delen. ‘Zo val je niet in handen van huisjesmelkers.’

De gemeenschappelijke woonkamer met glas-in-loodramen hangt vol met uit kringloopwinkels bij elkaar gescharrelde schilderijen en tegeltjes met wijze spreuken. Voornamelijk verzameld door Nina van Aalst (25), die maar liefst zeven huisgenoten heeft. Gezamenlijk wonen ze in twee woningen boven een winkelruimte, aan de rand van het centrum van Zaandam. Allemaal hebben ze een eigen kamer, maar ze delen de keukens, wc’s en badkamers.

Van Aalst, gekleed in jumpsuit met pantermotief, vertelt hoe de onderlinge vriendschappen ontstonden toen ze als tieners ‘samen chillden achter het Zaanse station’. ‘En nu kunnen we als vriendengroep hier wonen.’ Huisgenoot Nathan van Schaardenburg (28) is er blij mee. Zijn vader had hem allang duidelijk gemaakt dat het tijd was om uit huis te gaan, maar dat lukte maar niet. ‘Het werd eerst een kraakpand en nu woon ik hier.’

Ze huren van woningcorporatie Parteon, die in Zaandam experimenteert met nieuwe woonvormen voor jongvolwassenen. Het huis van deze vriendengroep valt onder de noemer friendswonen, met gedeelde sanitaire voorzieningen, waar je je als vrienden gezamenlijk voor moet aanmelden. Daarnaast heeft Parteon een handjevol eengezinswoningen gesplitst in kleinere wooneenheden met een gemeenschappelijke woonkamer, maar elk voorzien van een eigen toilet en douche. Dat heet woningdelen – woningzoekenden blijken aanmerkelijk minder bezwaar te hebben tegen het delen van een keuken dan tegen het gezamenlijk gebruik van sanitair.

Langer thuis

De inzet van de Zaanse corporatie op het delen van huurwoningen past in een landelijke trend, ziet koepelorganisatie Aedes. Door de toenemende schaarste aan woningen ontstaan overal zulke initiatieven voor met name alleenstaande twintigers, naast Zaanstad ook bijvoorbeeld in Utrecht, Nijmegen, Arnhem, Den Haag en Den Bosch.

Omdat jongvolwassenen steeds moeilijker aan een woning komen, blijven ze langer bij hun ouders wonen: ruim de helft, 53 procent, van de 18- tot 31-jarigen woont nog thuis, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Twaalf jaar geleden was dat 44 procent. Zolang het onvoldoende lukt om genoeg woningen bij te bouwen, wordt het beter benutten van de bestaande voorraad woonruimte gezien als de zowat enige overgebleven manier om meer woningzoekenden te bedienen. Dan moeten jongeren wel inschikken. En niet te beroerd zijn om bijvoorbeeld een keuken te delen.

De wooncrisis

Het tekort aan woonruimte in Nederland groeit en groeit. Woningzoekenden staan jarenlang ingeschreven, koophuizen zijn voor steeds minder mensen betaalbaar. De Volkskrant onderzoekt de oorzaken en gevolgen van de wooncrisis en gaat langs bij mensen die een oplossing proberen te vinden.

In de woonvorm – een eigen kamer en gedeelde voorzieningen – verschilt friends-wonen eigenlijk niet van een studentenhuis. Het verschil zit hem in de constructie: de corporatie verhuurt een woning met een middenhuur (900-1.100 euro per maand) met één contract aan de vrienden, ze verdelen de kosten onderling. In de praktijk zijn de huurders dan meestal zelfs goedkoper uit dan als ze een studentenkamer zouden huren van een particuliere verhuurder. Je hoeft er niet uit na je studie, zoals voor veel studentenwoningen geldt. Twintigers zijn de voornaamste doelgroep omdat zij over het algemeen weinig andere opties hebben op de woningmarkt en vaak alleenstaand zijn.

Het roept de vraag op of de wooncrisis deze generatie jongeren dwingt om samen te wonen, bij gebrek aan alternatief. Of zitten er ook positieve kanten aan?

Op de slooplijst

In Zaanstad, waar de wachttijd op een corporatiewoning gemiddeld ruim elf jaar bedraagt, was deze friends-woning in elk geval de enige kans op toereikend onderdak voor Isa (25) – ze werkt in de schoonmaak en wil niet met haar achternaam in de krant. Zo’n twee jaar geleden woonde ze nog bij haar vader. Omdat dat huis maar één slaapkamer had, sliep haar vader op de bank. Toen Nina van Aalst op een bijeenkomst Isa’s verhaal hoorde, bood ze haar de laatste overgebleven kamer in het huis aan.

Het begon in Zaandam met een petitie, die honderden keren werd ondertekend. In april 2021 riepen de initiatiefnemers ervan de gemeente op Zaanse jongeren en starters meer kans te geven op een woning, met alternatieve woonconcepten. ‘Die actie gaf ons het duwtje om echt aan de slag te gaan,’ zegt adviseur Dion Heinis van Parteon.

En zo belandde Van Aalst en haar vriendengroep in de twee bovenwoningen die op de slooplijst staan, maar waarin ze naar verwachting nog jaren kunnen wonen. Van Aalst, die de kunstacademie heeft afgerond, omschrijft zichzelf als woonactivist: leegstand wordt wat haar betreft verboden. Voor ze de friends-woning betrok, woonde ze in een kraakpand. Haar kraakverleden vormde voor Parteon geen beletsel om haar in dienst te nemen. Nu denkt ze mee over nieuwe woonvormen voor jongeren en is ze bezig een jongerenpanel op te zetten.

‘De schaarste aan woonruimte drukt een stempel op een hele generatie’, zegt Van Aalst. Ze kent veel leeftijdsgenoten die zoveel moeten betalen voor hun krappe woonruimte dat ze niet kunnen sparen, voor bijvoorbeeld een koopwoning. ‘Je moet iets kunnen opbouwen om verder te kunnen komen in het leven, om je plannen te kunnen realiseren. Veel jongeren moeten kiezen tussen lang thuis blijven wonen – en niet iedereen kan dat – of in de handen vallen van huisjesmelkers.’

‘Om jezelf te kunnen ontwikkelen, heb je een beetje vastigheid nodig’, vult haar huisgenoot Van Schaardenburg aan. Dan kun je werken en kun je je leven uitstippelen. Daarom zijn nieuwe woonvormen zoals deze zo belangrijk.’

Eenpersoonshuishoudens

Dat denkt ook woonminister Hugo de Jonge. Met bijvoorbeeld het splitsen of delen van woningen kunnen volgens hem tienduizenden woningen extra ontstaan. Maar belemmerend hiervoor zijn de regels voor bijvoorbeeld huurtoeslag, waarop bewoners van gedeelde woningen niet individueel aanspraak kunnen maken. Ook werken soms gemeentelijke regels tegen, die zijn ingesteld omdat ‘verkamering’ ook kan leiden tot overlast en uitbuiting door op winst beluste huisjesmelkers. Eerdere experimenten met friends-contracten in Amsterdam en Utrecht waren al doodgebloed.

Maar inmiddels is de schaarste aan woningen zo extreem, dat elke mogelijkheid wordt aangegrepen om meer mensen onderdak te kunnen bieden. In veel grote steden buiten Nederland – bijvoorbeeld in Londen – is het bovendien voor twintigers al veel langer gebruikelijk om een woning te delen. En zo zijn steden als Utrecht nu hun regels voor woningdelen aan het versoepelen, om tegemoet te komen aan de groeiende behoefte.

Ook de razendsnelle toename van het aantal eenpersoonshuishoudens speelt mee. Zij wonen vaak relatief groot. Corporatie Talis (Nijmegen, Wijchen), een van de trendsetters in woningdelen, verhuurt bijvoorbeeld tweederde van haar woningen aan alleenstaanden, terwijl haar bezit voor een groot deel uit eengezinswoningen bestaat. Ook in de Zaanstreek is bijna 60 procent van de actief woningzoekenden alleenstaand.

Na een goed verlopen experiment in 2021 wil Talis de komende jaren maar liefst tweeduizend woningen geschikt gaan maken voor woningdelen. Wie staat ingeschreven als woningzoekende kan reageren op zo’n deelwoning en draagt dan zelf een medebewoner aan, die ook ingeschreven moet staan als woningzoekende. Ze krijgen allebei een huurcontract.

De corporatie ziet het als een betaalbaar en snel middel tegen het woningtekort. Met een investering van ongeveer 22 duizend euro maakt Talis in een paar maanden van één woning twee onzelfstandige woonruimten, door een badkamer toe te voegen.

Minder privacy

Ondanks de voornamelijk positieve ervaringen tot nog toe roept het woningdelen ook vragen op: bijvoorbeeld op hoeveel ruimte per persoon mensen ‘recht’ hebben. Nu wonen Nederlandse alleenstaanden, vooral ouderen, gemiddeld ruimer dan in andere landen. Maar bij de deelwoningen kan die eigen ruimte per persoon nog geen 30 of 40 vierkante meter bedragen.

Ook de behoefte aan privacy kan knellen. In de Zaanse woongroep hebben ze ervaren dat met meer mensen een huis delen ingewikkeld kan zijn. Met twee van de bewoners, een koppel, is een conflict ontstaan. De ruzie gaat over de invulling van de winkelruimte, die ze van Parteon mogen gebruiken voor een maatschappelijke bestemming. Maar ze hadden vooraf geen afspraken gemaakt over de hoeveelheid tijd die de bewoners hierin zouden stoppen, erop vertrouwend dat iedereen zou meedoen.

Toen de ene huisgenoot twee uur per week actief bleek te zijn en sommige anderen er een paar dagen per week in staken, barstte anderhalf jaar geleden de bom. Sindsdien is er spanning in het huis. De winkelruimte is inmiddels een fietsenwerkplaats. De bewoners maken bruikbare fietsen uit fietswrakken en geven die weg aan mensen met een laag inkomen.

Met z’n achten samenwonen is dan ook een uitzondering bij woningdelen. Meestal betreft het twee of drie bewoners. Bijvoorbeeld Daan Stam (26) die sinds eind 2022 samenwoont in een jarentachtig-eengezinswoning in Zaandam met een huisgenoot die niet met zijn naam in de krant wil. Ze zijn bevriend sinds de middelbare school en nu werken ze allebei en studeren ernaast.

In spijkerbroek en met de schoenen uit zitten de twee vrienden op de grote grijze hoekbank in hun propere en vrij lege woonkamer. Een paar kratten bier en een versierde paspop in de kamer zijn de enige verwijzingen naar een soort studentenleven. ‘We zijn allebei best netjes’, zegt Stam, die in de IT werkt.

Beiden woonden nog bij hun moeder voordat ze dit huis betrokken. ‘Mijn moeder vreesde dat ik tot m’n 30ste bij haar zou wonen’, zegt Stam. ‘Ik wilde wel uit huis maar het lukte niet, we hadden al veel pogingen gedaan.’ Dat de moeder van zijn huisgenoot het wel welletjes vond, bleek uit haar toen bijna dagelijks appjes naar haar zoon met linkjes van Funda. Ook stuurde zij hem een artikel door uit de plaatselijke krant over het Zaanse experiment met friends-wonen.

Stam en zijn vriend schreven zich in en kregen dit huis aangeboden. Er moest nog flink aan worden geklust, maar het was een buitenkans, zo ruim en zo dicht bij het station en de binnenstad. Samen hebben zij één huurcontract, 900 euro met z’n tweeën. Een schijntje voor een eengezinswoning van 100 vierkante meter met drie slaapkamers, een zolder en een tuin.

De buren in hun straat, vooral stellen, al dan niet met kinderen, waren aanvankelijk bang voor feestende studenten, zegt Stam. Nu zijn ze blij met hen. Ze geven nauwelijks feesten. En ze hebben zelfs al een keer voor de plantjes van de buren gezorgd.

Verloren generatie

Allebei vinden ze het leuker dan alleen wonen. Ze eten bijna altijd samen en hebben veel gezamenlijke vrienden. Samenwonen met een partner staat voorlopig niet boven aan hun wensenlijstje. En als een van hen weggaat, mag de ander een nieuwe bewoner zoeken. ‘Het is een goed concept als je het goed met elkaar kunt vinden’, zegt Stam. ‘Wij kennen elkaar lang en we zijn allebei sociaal en doen niet zo moeilijk.’

Het gebeurt nu nog op kleine schaal, maar twintigers zoals Stam en Van Aalst en hun huisgenoten zien het woningdelen dus als een uitkomst. ‘Hopelijk is dit het begin van een beweging’, zegt Van Aalst. ‘Want anders dreigt er een generatie verloren te gaan.’

Huisgenoot Nathan van Waardenburg vult aan dat hij zelfs liever in een woongroep als deze woont, dan in een huis voor zichzelf. ‘Ik ben introvert. Als ik alleen zou wonen zou ik te veel alleen zijn.’

Maar huisgenoot Isa bekent dat het delen van een woning voor haar eigenlijk een tweede keus is. ‘Ik zou liever iets voor mezelf hebben. Het is heel gezellig, maar ik ben klaar voor de volgende stap. Of dat gaat lukken, is de vraag.’

Bron

Deel dit bericht