De huurprijzen in de vrije sector rijzen de pan uit. Voor mensen die een betaalbare huurwoning willen, lijkt het inmiddels zoeken naar een speld in een hooiberg. Hoe kon het zo misgaan? En gaat er wat veranderen? Vijf vragen en antwoorden.

Er is toch juist een wet ingevoerd om meer betaalbare huurwoningen te krijgen?
Ja, dat is het wrange. Twee jaar geleden voerde toenmalig woonminister Hugo de Jonge de Wet betaalbare huur in, juist om te zorgen dat – de naam zegt het al – meer huurwoningen betaalbaar zouden worden. Door de uitbreiding van het puntensysteem werd voor veel meer huurwoningen wettelijk een maximale huurprijs afgedwongen. Volgens het ministerie zou de huur van 300.000 woningen op termijn met gemiddeld 190 euro omlaag gaan.
Eén probleem: veel verhuurders besloten de afgelopen jaren daarom massaal hun huurwoning van de hand te doen. Door de invoering van deze wet, in combinatie met een nieuw verbod op tijdelijke huurcontracten en strengere fiscale regels, vonden zij het niet aantrekkelijk meer om een woning te verhuren.
Huurders hebben dus veel minder te kiezen?
Een stuk minder. In 2024 werden 37.000 huurwoningen verkocht, vorig jaar nog eens 39.000. Al die huurwoningen zijn de koopmarkt opgegaan. Daardoor vallen steeds meer huurders tussen wal en schip. Want de wachtlijsten voor een sociale huurwoning zijn hoog.
En wie überhaupt niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning vist voor een betaalbare middenhuurwoning dus in een steeds kleinere vijver. Terwijl de prijzen in de vrije sector ondertussen dus alleen maar verder oplopen. Volgens de laatste Huurmonitor heeft 42 procent van alle beschikbare huurwoningen in de vrije sector inmiddels een huurprijs boven de 2000 euro per maand.
Konden we dit niet voorzien?
Eigenlijk wel. Het belangrijkste adviesorgaan van de regering, de Raad van State, waarschuwde hier al voor. ‘Het is onduidelijk of de Wet betaalbare huur de woningzoekende helpt en of deze wet leidt tot voldoende betaalbare huurwoningen’, schreef de Raad van State.
‘Een reëel risico is dat het wetsvoorstel leidt tot verkoop van huurwoningen en minder nieuwbouwhuurwoningen. In dat geval zal het aanbod in de vrije huursector eerder af- dan toenemen, waar uiteindelijk de mensen die een huurwoning zoeken niet mee zijn geholpen.’
Zijn er alleen maar verliezers?
Dat niet. Starters die een huis willen kopen, hebben wel gemakkelijker hun slag kunnen slaan. De Nederlandse Vereniging van Makelaars zag vorig jaar kwartaal na kwartaal jongeren profiteren. Want er kwamen veel kleine, en regelmatig ook wat slechter onderhouden, voormalige huurwoningen op de markt – die de prijs drukten.
Ook De Hypotheker meldde begin dit jaar dat het aantal hypotheekaanvragen van starters tot 25 jaar het afgelopen kwartaal meer dan verdubbeld was. Daarbij legt de hypotheekadviesketen ook een directe link met de verkoop van huurwoningen. „Door de verkoop van huurwoningen, vooral in het goedkopere segment, komen meer starters in aanmerking”, constateerde commercieel directeur Mark de Rijke.
Gaat er wat veranderen?
De regeringspartijen D66, VVD en CDA hebben in het regeerakkoord afgesproken dat de wet op korte termijn ‘zal worden geoptimaliseerd’. Maar dat is een soort bezweringsformule, want onderling zijn ze het oneens. De VVD wil de wet het liefst helemaal intrekken, maar D66 en CDA willen niet dat huurders straks onnodig veel gaan betalen.
Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting) komt deze maand nog met een brief. Desgevraagd wil ze nog niet vertellen wat daar instaat, behalve dat het voor verhuurders aantrekkelijker moet worden om hun panden te verhuren.
De Woonbond is bezorgd. ‘Het is onbehoorlijk om huurders weer met torenhoge huren op te zadelen, omdat de overheid de belastingdruk opvoert’, verklaarde de belangenvereniging. Vijf grote spelers op de woningmarkt, Aedes, IVBN, NEPROM, Platform Professioneel Vastgoed en Vastgoed Belang, kijken niet alleen naar aanpassing van de Wet betaalbare huur, maar hameren ook op aanpassing van de belastingdruk.
Zo vinden zij dat de vermogensbelasting (box 3) sneller hervormd moet worden en pleiten zij voor een verlaging van de overdrachtsbelasting. Zeker de aanpassing van de box 3-heffing naar een systeem waarbij wordt gekeken naar het werkelijk rendement, is in Den Haag echter nog altijd een hoofdpijndossier.
Bron
-
Dit bericht verscheen ook op: www.destentor.nl