Grote verzekeraars beperken vrije artsenkeuze door het schrappen van de restitutiepolis

zorg

Het einde van de restitutiepolis, een belangrijke pijler onder de vrije artsenkeuze, is in zicht. Drie grote zorgverzekeraars (Zilveren Kruis, CZ en Stad Holland) bieden deze polis komend jaar niet meer aan.

Bij een restitutiepolis krijgt een verzekerde altijd alle zorg bij alle zorgaanbieders volledig vergoed, of deze nu wel of geen contract met de verzekeraar heeft. Maar de verzekeraars zetten in 2024 het mes in de maximumvergoeding voor de wijkverpleging en de ggz; verzekerden zullen een deel van de kosten bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders voortaan zelf moeten betalen.

Van de grote verzekeraars heeft daarmee alleen Menzis in 2024 nog een restitutiepolis in de portefeuille, VGZ stopte er vorig jaar al mee. Kleine verzekeraar ASR houdt zijn restitutiepolis ook intact, Aevitae had er vorig jaar twee, dat wordt er in 2024 één. Daarmee blijven er volgend jaar drie restitutiepolissen over, tegenover zeven in 2023, en elf in 2022.

‘Geen goede ontwikkeling’, vindt de Patiëntenfederatie. Veel patiënten kiezen bewust voor een restitutiepolis omdat ze zelf de controle willen houden door welke zorgverlener ze worden behandeld, stelt de organisatie, ‘bijvoorbeeld bij een zeldzame aandoening of een bijzondere persoonlijke situatie’.

Hans Buijng, voorzitter van Zorgthuisnl, een branchevereniging met veel wijkverplegingsorganisaties als lid, ziet in de afbouw van het aantal restitutiepolissen een ‘slinkse beweging’ om de vrije artsenkeuze terug te dringen – ‘in essentie een slechte zaak’. Volgens Buijng zullen ongecontracteerde zorgverleners klanten verliezen, omdat zij niet langer volledig worden vergoed. ‘Ik heb sterk het gevoel dat de zorgverzekeraars partijen uit de zorg willen drukken. Er stappen nu al steeds meer zorgverleners uit de wijkverpleging.’

Pijn in het hart

Maar volgens Aad de Groot, bestuursvoorzitter van DSW en Stad Holland, gebeurt het stopzetten van de restitutiepolis ‘met pijn in het hart’: ‘Het gaat volledig tegen ons gevoel in, maar het kan niet anders.’

Volgens De Groot ligt de oorzaak van de teloorgang van de restitutiepolis in een beslissing van de Nederlandse Zorgautoriteit van een aantal jaar geleden. ‘Toen is het begrip ‘marktconform tarief’ veel te ruim omschreven; tarieven die wij gedwongen zijn te vergoeden.’ Als voorbeeld geeft De Groot een zelfstandige kliniek die voor een eenvoudige knieoperatie bij een patiënt met een restitutiepolis het tarief van een academisch ziekenhuis vraagt.

De hoge vergoedingen leiden met name in de ggz tot enorme kostenstijgingen, ziet De Groot. ‘Daar moeten we restitutieverzekerden altijd het maximumtarief vergoeden. Er zijn aanbieders die op hun website al zetten dat zij alleen klanten met restitutiepolissen behandelen.’ Het leidt tot excessen en kostenstijgingen: van één aanbieder kreeg Stad Holland er vorig jaar 120 patiënten bij en het te vergoeden bedrag liep bij de verzekeraar op van 25 miljoen euro in 2022 tot 55 miljoen euro dit jaar (met maar 10 procent meer klanten).

Grip op betaalbare zorg

Hoogleraar Marktordening in de zorg Marco Varkevisser (Erasmus Universiteit) ziet juist positieve aspecten in deze ontwikkeling. ‘Het lijkt me een goede ontwikkeling dat zorgverzekeraars meer grip proberen te krijgen op de betaalbaarheid van zorg. Juist in de wijkverpleging en de ggz is dat tot nu toe niet goed gelukt.’

Dat het ten koste gaat van de keuzevrijheid van de patiënt, vindt hij meevallen. ‘Ook binnen de gewone naturapolis is er ruime keuze aan gecontracteerde zorgverleners. En voor ongecontracteerde zorg geldt het hinderpaalcriterium: de vergoeding moet dusdanig zijn dat het de patiënt niet mag hinderen in de toegang tot de zorg. Vrije artsenkeuze is iets anders dan altijd 100 procent vergoeding van zorg.’

In de Tweede Kamer ligt de discussie over de vrije artsenkeuze zeer gevoelig, al gaat het dan vooral over de vraag of het mogelijk moet zijn dat zorgverzekeraars zorg van ongecontracteerde partijen helemaal niet meer vergoeden.

Bron

Deel dit bericht