Flatwijk Overvecht kan niet nog meer kwetsbare bewoners aan, maar dat moet wel

Huren

In de Utrechtse wijk Overvecht komen relatief veel ‘urgenten’ terecht, zoals statushouders en mensen met psychische problemen. Nog meer kwetsbare personen kan Overvecht niet aan, zegt woningcorporatie Woonin, nu Utrecht het percentage urgenten verder wil verhogen.

Het portiek in de langgerekte tienhoogflat oogt brandschoon en zelfs een beetje chic, met stemmige groentinten die bij de recente renovatie op de muren zijn aangebracht. Maar wie de talloze meldingen van overlast aanhoort die buurtbeheerder Karima Achelhi krijgt over dit stukje Overvecht, kan het gaan duizelen.

Laatst ontving Achelhi ’s avonds een appje dat er een man gillend langs de flat liep, die fietstassen van fietsen rukte. Het bleek een verwarde buurtbewoner. Op het grasveldje schuin voor het portiek zien bewoners geregeld drugsdealers. Af en toe herkennen ze jongens uit de grote gezinnen die onder of boven hen wonen.

Een andere man plaste in de lift – het werd door een van de camera’s vastgelegd die bij de renovatie in alle portieken zijn opgehangen. Diezelfde camera’s worden soms onklaar gemaakt of een portiekdeur wordt kapotgetrapt. Op de trap ligt geregeld de inhoud van een zak chips of van ander afval. Niet lang geleden hadden hangjongeren een vuurtje gestookt in het portiek. Een bewoner vertelde Achelhi vorige week over een portiekgenoot met een drankprobleem, die laat op de avond hard zingend de trap op strompelde.

Geregeld storten bewoners bij de buurtbeheerder hun hart uit – Achelhi verstaat ook Berbers en Arabisch in allerlei accenten. Ze wil mensen graag helpen. Maar in portieken waar al zo veel problemen samenkomen, zouden niet nog meer kwetsbare bewoners moeten komen wonen, vindt Achelhi, die zelf ook in de wijk woont. ‘Dan wordt de druk te groot.’

Dat vindt ook haar werkgever Woonin, de grootste woningcorporatie van Utrecht. Die maakt zich zorgen over het voornemen van het Utrechtse stadsbestuur om het aantal woningen dat naar zogenoemde ‘urgenten’ gaat, dit jaar verder te verhogen. In 2023 was dat ook al nodig, toen gingen vier weken lang vrijwel alle vrijgekomen sociale huurwoningen naar statushouders.

Wachtlijsten

Net als de meeste gemeenten kampt Utrecht met een groeiende achterstand bij de huisvesting van groepen die zij, buiten de reguliere wachtlijst voor sociale huurwoningen om, onderdak moet (en wil) bieden. Daarbij gaat het onder meer om statushouders, mensen met psychische problemen, voormalig daklozen en ex-gedetineerden. Nu er dit jaar naar schatting zo’n 1.700 woningen nodig zijn voor zogenoemde ‘urgenten’, waaronder ruim zevenhonderd woningen voor vluchtelingen met een verblijfsstatus, beraadt Utrecht zich op actie.

Het stadsbestuur wil in elk geval niet wéér een periode alle vrijkomende woningen aan de voorrangsgroepen toewijzen – dat leidde vorig jaar tot veel commotie. Nu al gaat een op de drie sociale huurwoningen in Utrecht naar die groepen. Maar een verhoging van het percentage dat naar urgenten gaat, is onvermijdelijk, beseft het stadsbestuur, gezien de schatting dat er komend jaar nog geen drieduizend sociale huurwoningen in de gemeente vrijkomen.

Goede kans dat ze dat in Overvecht, het armste deel van Utrecht, zullen gaan merken. Door het grote aanbod van sociale huurwoningen en het relatief hoge aantal verhuizingen in deze naoorlogse flatwijk komen daar nu veel voorrangsgroepen terecht. Als die aantallen nog verder gaan toenemen, komt de leefbaarheid van de al kwetsbare wijk verder onder druk te staan, vreest woningcorporatie Woonin. ‘We moeten soms met buikpijn een statushouder of iemand uit de zorg een woning geven in een portiek waarvan we weten dat er al veel problemen spelen’, zegt manager wonen Anemoon van Dijk.

Wrijving

Op een van de wegen langs de vele hoge flats, die in Overvecht standaard ‘dreef’ heten, moet deze middag een bestuurder van een zwarte auto vol op zijn rem trappen. Ternauwernood ontwijkt hij twee jongens van een jaar of 12 die op hun crossfiets roekeloos de hoek om scheuren. Een van de jongens verliest zijn evenwicht en valt op de grond, vlak voor de auto. De automobilist is woedend. ‘Kunnen jullie niet uitkijken, het is hier Somalië niet’, foetert hij met een Marokkaans-Nederlandse tongval.

Het is een spaarzaam voorbeeld van de wrijving tussen statushouders en de ‘reguliere’ bewoners van Overvecht. Verder dan dit gaat het meestal niet. Het zijn niet de statushouders die voor overlast in de wijk zorgen, zegt woningcorporatie Woonin. Wie rondvraagt in Overvecht hoort hetzelfde. Sommige bewoners hebben er wel moeite mee dat een deel van de vluchtelingen nauwelijks Nederlands spreekt – wat bijvoorbeeld kan leiden tot misverstanden over het buitenzetten van vuilnis.

Het is vooral de voorrang die statushouders krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen die soms tot scheve gezichten leidt onder de bewoners van Overvecht. Ze hebben zelf dan wel een woning, maar hun zus of jongvolwassen zoon of dochter wacht al jaren op een huis. Ook over dit afnemende draagvlak maakt corporatie Woonin zich zorgen.

Gepuzzel

Als het gaat om overlast, worden de problemen vooral veroorzaakt door andere groepen urgenten. Bewoners van de veelal gehorige flatwoningen van Overvecht klagen bijvoorbeeld over sommige medebewoners die zorg behoeven. In een van de portieken van een flat vlak bij de noordelijke ringweg fluisteren alle buren over die ene buurman die met zorgbegeleiding woont. Sinds hij er een woning heeft betrokken, ligt de fietsenkelder vol met doorgeslepen fietsensloten. Buiten zien ze hem continu met spuitbussen in de weer om zijn ‘koopwaar’ op te kalefateren. Binnen lopen ze het liefst met een grote boog om ‘de fietsendief’ heen, zo intimiderend vinden ze hem.

Vanwege de negatieve invloed die één bewoner met onprettig gedrag kan hebben op de sfeer, kijkt de wooncorporatie op ‘detailniveau’ per portiek of er nog zo’n voorrangskandidaat bij kan, legt Van Dijk uit. Maar waarom is dat eigenlijk zo’n gepuzzel als het merendeel van de woningen ook nog naar ‘gewone’ sociale huurders gaat? Dat komt, volgens de corporatiemanager, doordat de sociale huur sinds ruim tien jaar alleen nog toegankelijk is voor de allerlaagste inkomens. Ook onder die reguliere bewoners zitten er steeds meer die, zoals de woningcorporatie het formuleert, moeite hebben om hun leven zelf te organiseren en bijvoorbeeld schulden hebben.

Daarbij gaat het bijvoorbeeld om ouders die hun kinderen niet goed kunnen opvoeden of die nauwelijks Nederlands spreken. En om bewoners die hun eigen woning niet schoon kunnen houden of ’s nachts herrie maken. Aan de patronen op straat is te zien dat veel jongeren in Overvecht van lachgas houden, er zijn er ook die hun geld verdienen met drugshandel of plofkraken.

In de portiek

Het sociaal huurbeleid van nu brengt, volgens de woningcorporatie, dus meerdere ‘kwetsbare’ groepen samen: statushouders, zorgbehoevenden, en bewoners met een uiterst zwakke sociaal-economische positie. ‘Daardoor stapelen in portieken steeds meer problemen zich op’, zegt Van Dijk. Het is dus niet óf de statushouder, óf de maatschappelijke opvang óf de lage inkomens die Overvecht niet aankan. ‘Het is én, én, én wat wijken als deze de das om doet.’

Het portiek waar de eerdergenoemde ‘fietsendief’ woont, is daar een goed voorbeeld van. Een andere bewoner in het portiek kampt met een alcoholverslaving. Geregeld wordt zij met een ambulance naar een kliniek gebracht, waar ze dan een tijdje verblijft. Op zichzelf zouden twee kwetsbare bewoners misschien nog niet zo’n probleem zijn. Een portiek telt immers dertig huizen. Maar wie een rondje aanbelt, hoort dat iedere bewoner zijn eigen sores heeft. De 53-jarige buurman heeft net zijn vrouw verloren. Onder hem woont een buurman, die is afgekeurd vanwege rugklachten en tevergeefs een seniorenwoning zoekt. De Marokkaans-Nederlandse buurvrouw spreekt zo weinig Nederlands dat haar zoon van nog geen 10 jaar het woord doet.

In zulke portieken wonen bewoners niet meer echt samen, maar vooral op zichzelf, zegt Van Dijk. ‘De ene gooit zijn luiers over het balkon, de ander gebruikt het balkon zelf als afvalbak. In dat soort flats hebben bewoners last van geluidsoverlast of intimidatie. Eigenlijk alles wat je niet wilt bij fijn samenwonen, komt dan samen.’

Sociaal huurbeleid

De ontwikkeling in Overvecht staat niet op zich. Overal in Nederland waar veel sociale huur bij elkaar staat, wonen steeds meer kwetsbare bewoners, concludeert corporatiebranchevereniging Aedes in het rapport Veerkracht in corporatiebezit, dat in 2023 verscheen. ‘En een toenemende concentratie van mensen die beperkt zelfredzaam zijn’, schrijven de onderzoekers, ‘zet ook de samenredzaamheid van wijken onder druk.’

Dat soort wijken met vooral sociale woningbouw komen steeds minder voor in Nederland. Maar de wijken die er nog zijn, blijven achter bij de rest van het land. Overal in Nederland nam de burenoverlast en de onveiligheid de afgelopen jaren af, behalve daar. Daardoor worden de verschillen tussen buurten met en zonder veel sociale huur alsmaar groter.

Die ontwikkeling is het gevolg van de nieuwe inkomensregels voor de sociale huur die in 2011 ingingen. Sindsdien mag sociale huur alleen nog verhuurd worden aan de laagste inkomens. Destijds was dat een jaarinkomen van maximaal 33 duizend euro. Inmiddels mag een eenpersoonshuishouden maximaal 44 duizend euro verdienen, en een tweepersoonshuishouden 48 duizend euro.

‘Dat betekent bijvoorbeeld dat leraren en politieagenten die vroeger meedongen naar een sociale huurwoning, er nu nauwelijks nog aan te pas komen’, zegt Van Dijk. Tweeverdieners zijn helemaal kansloos. ‘Als er nu iemand verhuist, dan is de kans groter dat er iemand met minder draagkracht komt wonen. Als dat jaar in jaar uit zo gaat, neemt de draagkracht van een wijk vanzelf af.’ Twaalf jaar en vele verhuizingen later, zie je dat in de praktijk.

De inkomensgrens is het gevolg van een maatregel van de Europese Commissie, bedoeld om oneerlijke concurrentie van corporaties tegen te gaan met particuliere verhuurders. Dat deze maatregel slecht zou uitpakken voor de wijken met veel sociale huur was vooraf voorzien: inmiddels is duidelijk dat zij ook de segregatie tussen rijk en arm in steden zoals Utrecht verder heeft vergroot. Met de bouw van koopwoningen in wijken met veel sociale huurflats proberen de steden wijken toch te mengen, ook al gaan de verschillende groepen bewoners nauwelijks met elkaar om.

Een thuis

Buurtbeheerder Karima Achelhi blijft ondertussen doen wat ze kan om in Overvecht het tij te keren. Een week geleden sprak ze af met tien moeders uit één flat, die hun zorgen deelden over hun woonomgeving en over de hangjongeren voor de deur. Maar toch, vertrekken uit Overvecht? Daar peinsden ze niet over. ‘Ze voelen zich hier, ondanks de overlast, ook thuis.’

Het is dus zeker niet overal kommer en kwel in Overvecht. In een aantal net gerenoveerde flats, waar de brandschone portieken nog naar verf ruiken, zijn sommige bewoners enthousiast bezig met het inrichten van hun net van het gas af-keuken en de nieuwe badkamer.

Trots laat pedagogisch medewerker Samira (35) haar vierkamerwoning zien, met een grote zwarte hoekbank tegen een van de spierwitte muren. Ze woont er acht jaar met haar man, haar zoontje is er geboren en nu wil ze niet meer weg: zo ruim krijg je het nergens in de stad voor deze prijs. ‘Toen we hier kwamen wonen, waren de portieken vervuild en reed de politie af en aan’, vertelt ze. ‘Nu ziet het er in ieder geval goed uit. En je kunt ook wennen aan de sirenes.’

Bron

Deel dit bericht