Een landelijk actieplan om dak- en thuisloosheid aan te pakken blijkt door de meeste gemeenten al jarenlang genegeerd te worden. Maar niet in de regio’s Oss en Den Bosch, waar ze voorzichtig successen boeken met deze nieuwe aanpak. Waarom lukt het hier wel?

Thijs Honig is 17 jaar als hij voor het eerst ’t Inloopschip in Den Bosch binnenwandelt. Honig komt er niet omdat hij zelf een plek in de daklozenopvang nodig heeft, hij meldt zich er als vrijwilliger. Al snel leert hij er een man kennen die elke dag achter een schaakbord zit.
„Hij was een paar jaar ouder dan ik en sociaal veel behendiger. Hij ontfermde zich als een soort grote broer over mij en leerde me hoe ik me daar als vrijwilliger staande kon houden. Ook al was hij dakloos, ik keek enorm tegen hem op.” Honig glimlacht. „Vooral ook omdat hij altijd van mij won met schaken.”
In 2021 keert Honig als veertiger terug bij de Bossche opvang, ditmaal om er directeur te worden. Tot zijn schrik ziet hij er diezelfde man zitten. Nog altijd aan de grond, nog altijd dakloos.
„Inmiddels kon ik vrij makkelijk van hem winnen met schaken.” Niet omdat Honig zo veel beter was geworden, maar omdat de man tegen wie hij ooit opkeek mentaal zo achteruit was gegaan. „Die man hebben we 25 jaar lang laten rotten, zonder een passende oplossing te bieden. Dat is enorm treurig.”
Het actieplan dat niet opgevolgd wordt
Die oplossing is er wel, zo is zijn stellige overtuiging: zorg eerst voor een dak boven iemands hoofd en werk vanuit de rust die dat geeft aan eventuele andere problemen die mensen hebben.
Dat is ook de kern van het Nationaal Actieplan Dakloosheid, dat in 2022 al werd vastgelegd. Het is een plan dat veel gemeenten toejuichen, maar in de praktijk helemaal niet uitvoeren, zo leerde een rondvraag bij de 44 verantwoordelijke regiogemeenten van onderzoeksprogramma Pointer (KRO-NCRV).
„Een van de redenen die daarvoor worden aangevoerd, is altijd: ‘We kunnen dit helemaal niet, we komen woningen tekort’”, zegt Bossche wethouder Pieter Paul Slikker. „Dat laatste is ook zo, Nederland heeft in dertig jaar tijd een schandalig woningtekort opgebouwd. Maar het feit blijft dat als je dak- of thuisloos wordt en in de opvang terechtkomt, er maar één manier is om daaruit te raken: dat je een woning toegewezen krijgt.”
“Het is echt een misvatting dat dit structureel meer woningen kost”
Pieter Paul Slikker Wethouder Den Bosch
Dat gebeurt ook regelmatig, geeft Slikker aan. „Alleen laten we mensen gemiddeld dertien maanden in een opvang zitten. Maar stel nou dat je mensen na een maand of na drie maanden een woning zou geven. Dan kost dat aan het einde van de wedstrijd nog steeds één woning. Het is dus echt een misvatting dat dit structureel meer woningen zou kosten.”
Schokkende conclusies na zorgvuldiger tellen
Zo’n aanpak kan op termijn zelfs geld schelen: noodopvang is immers ook niet gratis. Als mensen sneller een woning krijgen die ze zelf betalen, kan de opvang tegelijk kleinschaliger en dus goedkoper worden. Precies zoals Den Bosch het graag wil. En ook buurgemeente Oss omarmde die aanpak in 2024.
Diezelfde twee gemeenten en hun buurgemeenten vormden de eerste regio’s in Nederland waar een jaar eerder een Ethos-telling werd gedaan. Deze veel nauwkeurigere manier om dak- en thuislozen te tellen, leverde direct een aantal schokkende conclusies op.
Bijvoorbeeld het forse aantal kinderen dat geen thuis had: 348 van de 1152 getelde mensen. En dat bijna een derde van de dak- en thuislozen een vrouw was, paste ook al niet in dat klassieke plaatje van de dak- of thuisloze als verwilderde man met gruizige baard en een blik bier in de hand.
Beginnen met de moeilijkste doelgroep
„Verslaving en psychische problemen zijn vaak niet het begin van dakloosheid. Die zijn het gevolg van langdurige mentale druk”, zo zag Honig in zijn jaren als psychiatrisch specialist. „Als mensen het jarenlang moeten rooien zonder een eigen thuis, dan kun je ze na verloop van tijd opdweilen.”
“We moeten gewoon het lef hebben dit te doen” –
Thijs Honig Directeur SMO Verdihuis
Honig is sinds begin van dit jaar directeur van maatschappelijke opvang het Verdihuis in Oss. Hij neemt daar de ervaring mee naartoe van het pionierswerk dat sinds 2020 in Den Bosch verricht wordt.
Want terwijl veel andere gemeenten het beleid om daklozen eerst aan een woning te helpen dus al jaren naast zich neerleggen, begon men in de Noord-Brabantse hoofdstad juist met de moeilijkst te helpen doelgroep: langdurig dak- en thuislozen die veel begeleidende zorg nodig hebben.
Die aanpak werkt. Van de 61 mensen die sindsdien een woning kregen toegewezen, woont driekwart nog altijd zelfstandig. En voor degenen met een minder zware zorgvraag zijn de cijfers nog beter: van de 152 huishoudens die weer een plek kregen, zijn er slechts drie die dit niet vast konden houden.
Ook in Oss loopt sinds 2025 een pilot waarin tien jongvolwassenen die anders geen thuis hadden, aan een woning zijn geholpen. „Deze aanpak vraagt van allerlei partners een andere werkwijze, ook van woningcorporaties”, kondigde de Osse wethouder Hilde de Wit destijds aan. „Vandaar dat we eerst gaan kijken met tien jongeren hoe dat loopt.”
‘Omdat mensen anders wegzakken’
Ruim een jaar later is Oss voorzichtig positief. Alle tien de kandidaten wonen zelfstandig, slechts twee van hen hebben nog altijd begeleiding nodig. „We zijn samen aan het onderzoeken hoe we de ondersteuning zo kunnen inrichten dat zij ook zelfstandig kunnen blijven wonen”, aldus een woordvoerder van de gemeente.
Inmiddels is de pilot uitgebreid naar meer jongeren, die nog wel wachten op een woning. Voor volwassen inwoners die langdurig of herhaaldelijk dak- of thuisloos zijn en bij wie er meer, ingewikkeldere problemen spelen, loopt sinds dit jaar eenzelfde soort aanpak. Daarin trekt Oss als centrumgemeente samen met haar buren op, net als Den Bosch dat doet.
„We moeten gewoon het lef hebben om dit te doen”, vindt Honig. „Samen met de woningcorporaties, de zorg en de gemeente moeten we dappere keuzes durven maken. Omdat mensen anders wegzakken. Dat hebben we in Den Bosch gedaan, en dan gaan we in Oss ook doen. Daar gaan we nu onze schouders onder zetten.”
Bron
-
Dit bericht verscheen ook op: www.bd.nl
