Er zijn in Nederland bijna 12.000 huurders van een sociale huurwoning die ook een of meerdere koopwoningen in bezit hebben. Die eigen woning wordt vaak verhuurd. Dat zij een sociale huurwoning bezet houden lijkt in strijd met de Woningwet.

Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Zo’n tweeduizend huurders zijn door omstandigheden eigenaar van een woning. Bijvoorbeeld omdat ze nog mede-eigenaar zijn van een koopwoning waar de ex-partner woont, of omdat ze deels eigenaar zijn via een erfenis.
Tweede woning
Maar 10.000 lijken bewust te kiezen om naast de huurwoning een koopwoning in bezit te hebben. Soms om de eigen woning te verhuren. Sommigen gebruiken de eigen woning als tweede woning. Er zijn zelfs 1900 huurders die twee of meer koopwoningen hebben. Drieëndertig huurders blijken meer dan tien koopwoningen op hun naam te hebben.
De Woningwet stelt dat woningcorporaties mensen moeten huisvesten ‘die door hun inkomen of door andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van passende huisvesting’. Met staatssteun verhuren ze woningen aan die doelgroep met een lage huur, vaak onder de markt- en kostprijs. Wie zelf een koopwoning heeft, valt logischerwijs buiten die doelgroep.
Kantonrechter
De Amsterdamse woningcorporatie Ymere heeft vorig jaar met succes een woningbezitter uit een sociale huurwoning weten te zetten. De kantonrechter oordeelde dat de woningcorporatie het huurcontract mocht beëindigen om de woning vervolgens te kunnen verhuren aan iemand die niet in zijn eigen huisvestingsbehoefte kan voorzien.
CPB meldt dat dit niet betekent dat alle huurders met een koopwoning uit hun huurhuis gezet kunnen worden; het huurrecht speelt ook een rol. ,,Er lijkt geen beleid te zijn dat zich richt op corporatiehuurders die gedurende hun huurcontract een eigen woning verwerven,’’ stelt het CPB.
Nederland heeft een chronisch tekort aan betaalbare huurwoningen. Woningcorporaties en de rijksoverheid proberen per jaar 30.000 sociale huurwoningen te bouwen, maar blijven al jaren steken rond de 17.000 stuks. De 12.000 sociale huurwoningen van de woningeigenaren zijn zo bezien een enorm aantal.
De betere corporatiewoningen
De huurders bewonen vaak de betere corporatiewoningen, blijkt uit het onderzoek. De panden hebben een hoge WOZ-waarde en liggen te midden van goede voorzieningen in een mooie wijk. Mogelijk speelt dat een rol om de huurwoning aan te houden terwijl er ook zelf huisvesting geregeld kan worden.
„Huurders van een mooie corporatiewoning op een goede plek zullen vaker geneigd zijn deze aan te houden op het moment dat zij ook een woning kunnen kopen, dan wel omdat zij er zelf nog fijn wonen, dan wel omdat een dergelijke woning winstgevender is bij onderverhuur’’, stellen de onderzoekers van het CPB.
De koopwoningeigenaren verdienen ook veel meer dan de doorsnee sociale huurder. De helft verdient te veel om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning; hun inkomen was wel laag genoeg toen ze gingen huren.
Corporaties hebben regels om sociale huurwoningen niet aan bestaande woningeigenaren te verhuren, maar niet om het kopen van woningen door zittende huurders tegen te gaan.
Bijzondere vorm van scheefhuur
Het CPB noemt het ‘een bijzondere vorm van scheefhuur’. Met scheefhuur worden huurders bedoeld die op eigen kracht huisvesting kunnen regelen maar toch in een sociale huurwoning blijven wonen. Sommige woningcorporaties verhogen de huur van die huurwoningen extra om inkomen en huurprijs beter op elkaar af te stemmen.
Scheefhuren is niet altijd te voorkomen. Door de woningcrisis is het voor huurders die meer zijn gaan verdienen ook moeilijk om een koopwoning of een huurwoning in de vrije sector te bemachtigen. Zij zitten ook knel in hun huurhuis.
Bij de huurders die zelf een koopwoning hebben is daar geen sprake van. Zij zouden de eigen woning moeten gebruiken voor de eigen huisvesting.
Bron
-
Dit bericht verscheen ook op: www.gelderlander.nl